Hoofdstuk 1

      Hoofdstuk 2

      Hoofdstuk 3

      Hoofdstuk 4

      Hoofdstuk 5

      Hoofdstuk 6

Ervaringen met martelingen en gevangenschap van anarchisten in Iran, een serie artikelen geschreven in 2018 door voormalig politiek gevangene en anarchist Abtin Parsa, over zijn tijd in de gevangenis en zijn strijd in Iran. Deze serie artikelen werd vanaf 2018 in 6 delen gepubliceerd door de bond van anarchisten van Iran en Afghanistan en verscheen in verschillende talen.

Hoofdstuk 1

Uren duwden ze mijn hoofd op een ijzeren tafel. In de kamer hing een vat water aan het plafond. Kleine druppels water drupte uit het vat op de ijzeren tafel. Ik moest stil zijn en gepijnigd luisteren naar de druppels water. Toen ter tijd was ik een 16-jarige met anarchistische en atheïstische overtuigingen. Ik werd gemarteld voor de atheïstische en anti-regeringsopvattingen die ik had als scholier aan de Shahid Chamran School in Zarghan, Iran. De persoon die mij martelde heette Seyed Jaáfari, zo noemde ze hem tenminste.

Tijdens het verhoor stond er vaak een lege glazen fles op tafel; Ik had geen keuze, ik moest alles toegeven, zelfs dingen die ik nooit had gedaan; er werd mij verteld: “als je iets niet wat we jou zeggen niet toegeeft, dan verkrachten we je met deze lege fles.” We vochten voor vrijheid, voor gelijkheid, we werden gemarteld, bedreigd. Ik was pas zestien jaar oud en een anarchistische politieke gevangen in Iran. Er waren veel mensen daar, sommige waren meisjes, de revolutionaire garde verkrachten hun iedere dag. Mijn kamer in het detentie centrum was in de buurt van de martel kamer, ik hoorde hun stemmen en kreunen; mijn moraal was totaal gebroken, er waren verscheidene momenten waarop ik zelfmoord wilde plegen, maar ik was er van overtuigd dat ik moest overleven om te vertellen wat er hier gebeurd was. Ik moest overleven voor wraak. Nu ben ik in Griekenland, ik ben het niet vergeten en heb niets vergeven. — Abtin Parsa / juni 2018

Hoofdstuk 2

Ook al mocht ik vanwege mijn leeftijd door gaan met mijn school, toch stond ik onder constante controle. Soms vielen mensen mij op school aan. Ik werd in elkaar geslagen en ze dreigden ermee mij en mijn familie te verkrachten.

Toen ik ongeveer 17 en een half was, leek het alsof - na ongeveer anderhalf jaar en vele vormen van mentale en fysieke martelingen - mijn periode van veroordeling tot een einde was gekomen. Ik wilde echt weg uit Zarghan omdat ik de stad zat was, ook al mocht ik de stad van zeverlaten, toch werd ik gewaarschuwd en bedreigd met vele dingen, zo zouden ze bekend maken wat er met mij gebeurd was. Hoe dan ook, verliet ik Zargan voor Shiraz zo snel als ik kon om in een nieuwe stad te gaan wonen, in feite was het een soort verbanning.

Ik begon mijn nieuwe leven in Shiraz onder andere namen - Darius en Yashar - ook al wist ik wel dat ik ze niet kon omzijlen door het veranderen van mijn naam. Ik leed ernstig onder een psychologische aandoening, veroorzaakt door het martelen en wat mij in het verleden was aangedaan. Na enige tijd begon ik opnieuw met school op een andere school in Shiraz, maar in feite stonden mijn gedachten ver van wat het regime in de schoolboeken schreef. Het enige wat door mijn hoofd ging was de strijd en revolutie voor vrijheid en gelijkheid. Terug in Shiraz ging ik zo snel mogelijk opzoek naar nieuwe kameraden die interesse hadden in de strijd. Uiteindelijk begonnen we met vijf mensen een politieke groep (mobarezaneh shiraz), maar het werkte niet goed. Vanwege zorgen om de veiligheid van de kameraden, besloten we nadat we wat activiteiten hadden gedaan de groep op te heffen - waaronder de publicatie van een verklaring tegen de regering.

Deze slechte ervaring met politieke activiteiten in een collectief in een praktische situatie dwong mij om mijn politieke activiteiten verder online te doen. Ik gaf als anarchist,echter toch de voorkeur aan de praktijk. Dus ik overwoog om een regeringsgebouw in brand te steken, één idee was om het hoofdkantoor van Imam Jomeh hoofdkantoor, wat zich in de Karmimkhanzandstraat bevindt, op te blazen.

— Abtin Parsa / 16 oktober 2018

Hoofdstuk 3

In de zomer van 2016 had de gemeente een hek geplaatst rond om het plein tegenover het hoofdkantoor van Imam Jomeh. Dit maakte een stuk lastiger omdat het hek de ruimte innam die nodig was voor het plaatsen van de bom; in feite was de enige mogelijkheid om een aanval te doen een Molotovcocktail, maar dit zou geen schade aanrichten, dus was het stop zetten van de operatie onvermijdelijk.

De les die ik die dag leerde, was het belang van geduld. Soms moet je jaren wachten en je doelwit in de gaten houden. Ik checkte de plek bijna iedere week om de coördinaten in mijn geheugen up to date te houden.

Op zo'n dag waarop ik mijn doelwit aan het checken was, in de buurt van een fascistische winkel die ik eveneens in de gaten hield, zag ik iemand die wat boeken aan het verkopen was op het Karmikhanzandplein.

Al snel begreep ik dat de meeste boeken die hij verkocht, boeken waren waarvan het verboden is om ze te verkopen in Iran in bezit te hebben. Ik liep voorbij zonder er teveel aandacht aan te geven, maar de volgende dag kwam ik terug om met hem te praten en enkele boeken van hem te kopen.

In de loop van een paar weken raakten we bevriend en hij vertelde mij dat hij meer boeken had. Die kon hij hier alleen niet heenbrengen omdat ze nog illegaler waren.

Tijdens deze periode had ik een kleine winkel voor het Shiraz-registratiekantoor. Ik bedacht me dat ik vanuit daar boeken zou kunnen verkopen omdat ik geld nodig had voor serieuzere zaken. Nu dat ik er over nadenk was dat één van de grootste fouten, omdat dit het begin was van een verboden boeken boekenwinkel. Dit zou uiteindelijk de reden zijn dat ik Iran moest ontvluchten.

Aan de andere kant, raakte ik via mijn online activiteiten in contact met een communistische feministische vrouw die in Teheran woonde. Na enige tijd, realiseerde we dat we interesse in elkaar hadden, maar we hadden naast wat politieke discussies maar weinig informatie over elkaar.

— Abtin Parsa 16 oktober 2018

Hoofdstuk 4

Een afspraak met een revolutionaire kameraad in Shiraz. Omdat hij nog steeds in Iran is, zullen we geen persoonlijke informatie van deze gemeenschappelijke kameraad publiceren. Ik leerde hem kennen en vroeg of hij mij face-to-face wilde ontmoeten om te praten.

Om zo'n ontmoeting om plaats te kunnen laten vinden en te ontsnappen aan de Iraanse inlichtingen diensten, was een anti-inlichtingendienstoperatie nodig. Dus nadat hij de uitnodiging had geaccepteerd, bedacht ik twee verschillende tijden en plekken om te ontmoeten. Een tijd en plek voor de eerste ontmoeting en de tweede plek en tijd voor het geval dat we om welke reden dan ook elkaar niet konden ontmoeten op de eerste plek, dan zouden we elkaar op de tweede plek op het tweede tijdstip omtmoeten (Azadi-park in het centrum van Shiraz om 16:00)

Ik gaf een foto van mijzelf aan een gemeenschappelijk vriend en vroeg hem om een foto van zichzelf naar mij te sturen omdat het belangrijk was dat we elkaar gemakkelijk zouden herkennen.

Toen stuurde ik hem via onze gemeenschappelijk vriend de details van de meeting.

De persoon die als eerste op de ontmoetingsplaats aankomt moet niet op een plek blijven; hij moet in beweging zijn.

Nadat we elkaar zien, moesten we oog contact maken.

We zullen nooit erg dicht bij elkaar in de buurt komen.

We moeten er zeker van zijn dat niemand ons achtervolgd. Hij moet weg lopen en ik zal hem volgen nadat ik zeker weet dat niemand hem volgt. Dan raak ik mijn kleding een paar keer aan als een teken van warmte en hij moet hetzelfde doen.

Als er enige vorm van gevaar is, zal de meeting niet doorgaan en spreken we op de tweede plek en tijd af.

De afspraak zelf verliep goed, maar omdat ik gedwongen was van Shiraz naar Tehran te vluchten zou het nooit lukken om samen een project te starten.

— Abtin Parsa / 17 oktober 2018

Hoofdstuk 5

Ontsnapping van Shiraz naar Tehran.

Iets wat ik nooit begrepen heb, is dat mensen die zichzelf als vreedzaam zien, het geweld van het systeem tegen andere mensen geen terrorisme noemen, maar als we het geweld van het systeem beantwoorden, men ons dan wel terroristen noemt.

In feite maken ze deel uit van dit systeem, ook al spreekt het systeem over vrede omdat het zijn geweldsmonopolie wilt behouden.

Ja mijn revolutionaire kameraden, ik ken vele van jullie niet. Toen we rijken mensen beroofden om aan geld te komen om de strijd van de guerrilla’s voort te zetten, noemden ze ons gewelddadige dieven. Maar ze zeiden nooit dat de echte dieven diegene zijn privaat bezit hebben en dat niet delen met mensen in nood; ze zeiden nooit dat de echte gewelddadigen de banken zijn, die iedere dag onze gemeenschap verkrachten met geld. Toen de fascisten en de autoriteiten door het Iraanse regime vermoord waren, noemde ze ons terroristen, maar ze zeiden nooit dat de echte terroristen diegene waren die onze vrijheid en gelijkheid vermoorden, dus laten we doorgaan tot er geen autoriteit meer is.

Om het mogelijk te maken om meer serieuzere operaties uit te voeren had ik meer geld nodig, ik overwoog om een overval te plegen in een winkel in het stadsdeel Mali Abad van Shiraz, dat is een rijke buurt. Maar ziekte tijdens mijn laatste maand in Shiraz weerhield mij ervan om operaties uit te voeren, ik kon zelfs geen verboden boeken meer verkopen.

Het viel het me op dat er in deze periode beweging om me heen was. Het begon op een avond toen ik vanuit een kleine winkel in Koye Zahrastraat in Shiraz onderweg was naar huis. Ik realiseerde me dat ik achtervolgd werd door een onbekend figuur en gokte dat het iemand van de inlichtingendienst was, maar ik wilde er zeker van zijn. Dat was ook nodig in het geval om de strategische mogelijkheid te hebben om terug aan te vallen. Daarom veranderde ik snel mijn route door wat andere straten. De persoon bleef mij volgen, maar omdat ik ziek was koos ik ervoor om te ontsnappen in plaats van het conflict aan te gaan. Toen heb ik, zo snel als ik kon, met een veilige telefoon een van de Revolutionaire kameraden in Teheran gecontacteerd. Ik legde haar, zo goed ik kon mijn situatie uit. Om de informatie te beschermen, vernietigde ik zo snel ik kon mijn aantekeningen en ik nam een bus naar Teheran. We ontmoette elkaar in Teheran en uit veiligheidsoverwegingen besloten we dat we samen Iran zouden verlaten.

— Abtin Parsa / 11 november 2018

Hoofdstuk 6

Naar enkele dagen lopen, staken we de grens tussen Iran en Turkije over. Op een koude nacht lukte het ons eindelijk om te ontsnappen. We waren er van overtuigd dat ze ons zeker zouden vinden als we niet snel zouden ontsnappen.

De politieke situatie in Turkije was, met een domme dictator zoals Erdogan, niet veel beter dan die in Iran. Ik deed daar daarom liever geen politieke activiteiten en we besloten om naar Griekenland te vluchten.

Eindelijk kwamen we aan op het kleine eiland Samos in Griekenland, in de buurt van Izmir.

Terwijl we in het camp in Samos verbleven claimde het Iraanse regime, dat op de hoogte gesteld was van mijn ontsnapping, dat ze mijn twee strijdende kameraden hadden opgepakt.

Ze zeiden dat ik voor hen verantwoordelijk was, maar in werkelijkheid probeerde ze me door op deze manier druk op me uit te oefenen te bewegen terug te keren naar Iran. Ze gaven zelfs informatie van mijn kameraden vrij om dit aan mij te bewijzen.

Ik besloot toch niet terug te keren naar Iran, omdat ik wist dat mijn terugkomst ze niet zou helpen en mezelf enkel zou overleveren aan het Iraanse regime.

Uiteindelijk hebben zijn mijn fatwa (moord) uitgegeven, wat betekende dat iedereen die mij zou vermoorden naar het paradijs zou gaan. Kort daarna werden we in het vluchtelingenkamp aangevallen, mijn kameraad was verwond met een mes en ik was in elkaar geslagen.

We hebben de UNHCR om hulp gevraagd. Toen ze door hadden hoe serieus de situatie was, raden ze ons aan om met Interpol te spreken. Maar die konden ons geen ander antwoord bieden als dat Griekenland een veilig land is.

— Abtin Parsa / 17 januari 2019