DE ANARCHIE

Haar mogelijkheid en noodzakelijkheid

 

 

 

DOOR

ENRICO MALATESTA

VERTAALD DOOR

c. RIJNDERS

 

Anarchie is een Grieksch woord en beleekent: afwezigheid van regeering. Het beteekent dus een toestand, waarin het volk zonder overheid, zonder regeering zijn aangelegenheden zelf behartigt.

Voordat denkende menschen dezen toestand als mogelijk en begeerenswaard erkend hadden, voordat deze het doel eener beweging werd, die sedert een machtige factor In den socialen strijd geworden is, vatte men het woord anarchie algemeen op als wanorde of verwarring; en het woord wordt nog heden zoo opgevat door de onwetende massa en door onze tegenstanders, die 't In hun belang achten de waarheid te verbloemen.

Wij zullen hier niet afdwalen tot het gebied der spraakkunst, want de kwestie is niet een spraakkunstige, doch een geschiedkundige. De algemeen geldende opvatting van het woord geeft in spraakkunstig opzicht volkomen juist de beteekenls weer; het misverstaan spruit voort uil het vooroordeel, dat een regeerlng noodwendig is voor de Instandhouding van het maatschappelijk leven, en dat dientengevolge een maatschappij zonder regeering tot wanorde en verwarring moel vervallen, geslingerd moet worden tusschen de gewelddaden van den een en de blinde wraak van den ander.

Het Is zeer licht te verklaren, hoe dit vooroordeel ontstaan is en de werkelijke beteekenis van het woord anarchie verdoezeld heeft bij de massa.

Gelijk alle dieren, past de mensch zich aan aan de verhoudingen waarin hij leeft, en de aangenomen gewoonten worden door hem overgebracht op het nageslacht.

De mensch, die In de slavernij geboren en opgevoed is en van een lange rij van slavengeslachten afstamt, geloofde, toen hij begon te denken, dal de slavernij een onvermijdelijke levenstoestand was; de vrijheid scheen hem een onmogelijkheid. Den arbeider gaat 'l Juist zoo: sedert eeuwen Is hij gedwongen OCD zijn arbeid, dat beteekent: zijn brood, van de luimen zijns patroons afhankelijk te beschouwen: hij is er aan gewoon, dat hij voortdurend afhankelijk is van de genade van dengene, die den bodem, de fabrieken en gereedschappen bezit, en ten slotte gelooft hij, dat 't de werkgever is, die hem het brood verschaft. In zijn onnoozelheld zegt hij: Hoe zal ik kunnen leven als er geen heeren zijn i'

Juist zoo zou 't ook den mensch gaan, wiens voeten sedert zijn geboorte gebonden waren, maar zoo, dat hij toch een beetje loepen kon; hij zou geneigd zijn te zeggen, dat hij dáárom loopen kon, omdat hij boeien aan heeft, terwijl toch juist die boelen hem zouden verhinderen vrij te loepen met ruime, willekeurige stappen.

B9iten de macht der gewoonte zijn er natuurlijk nog de werkgever, de priester en schoolmeester, die den rnensch op allerlei wijze zoo opvoeden, dat de noodwendigheid eener regeering voor hem absoluut vaststaat: voorts moeten wij denken aan rechters en politiemannen, die allen, welke anders denken en deze andere gedachten willen verbreiden, hel zwijgen opleggen. En dan Is 't duidelijk - niet waar? waarom de nuttigheid en noodzakelijkheid van regeerlngen der massa zoo onbetwistbaar voorkomt.

Denken wij nog eens aan den mensch met zijn gebonden voeten.

Daar komt Iemand, die hem met geheele, kunstig In elkander gezette theorieën en duizenden voorbeelden diets maakt, dat hij met ongebonden voeten noch loepen, noch leven kan, en hij gelooft zulks, - dan zal hij met woede het behoud van zijn boeien verdedigen, en een elk als zijn vijand beschouwen, die hem er van wil bevrijden.

Het Is dus natuurlijk, dat, als men de regeerlng voor noodwendig houdt, en toegeeft, dat zonder overheid alles wanorde en verwarring zou zijn, het woord .Anarchie", hetwelk afwezigheid van regeerlng beteekent, niet anders kan worden opgevat dan als afwezigheid van orde.

Verander die opvatting, overtuig de massa, dat het regeeringsinstituut niet alleen niet noodzakeljjk, maar zelfs schadelijk is voor het sociale leven, en het woord .anarchie" zal, juist omdat het de afwezigheid van een regeering uitdrukt, voor alle menschen beteekenen de natuurlijke orde, harmonie der behoeften en belangen van allen, volkomen vrijheid en volkomen solidariteit.

Het Is bepaald verkeerd om te zeggen, dat de anarchisten hun naam slecht gekozen hebben, omdat de massa dezen naam misverstaat en verkeerd uitlegt.

De dwaling is geen voortvloeisel van den naam, doch van de zaak. En de bezwaren, die de anarchisten In hun propaganda ontmoeten, zijn geen gevolg van den naam, dien zij dragen, maar veeleer van het feit, dat onze levensbeschouwing breekt met alle verouderde vooroordeelen, die het volk In zich omdraagt omtrent de werking van de regeerlng of, zooals men gewoonlijk zegt, van den Staat.

Laat ons. voor wij verder gaan, even klaarheid brengen omtrent het begrip .Staat'', want ook hieromtrent koestert de massa valsche voorstellingen.

De anarchisten duiden. met het woord "Staat" aan de gezamenlijke Instellingen van politie, rechterlijke en wetgevende macht en het militarisme, waardoor het volk van de behartiging van zijn eigen belangen, de bepaling van zijn eigen handelingen, de zorg voor zijn eigen welvaart wordt afgehouden, om dil alles over te dragen aan menschen, die door geweld of door hiertoe verkozen te zijn door het volk, het recht zich voorbehouden om wetten te maken voor allen en over alles, en zich voor dal doel bedienen van de kracht van het gansche volk.

Zoo opgevat beteekent het woord .Staat'' de regeerlng of het beginsel der heerschappij, welks uitdrukking de regeering Is. Opheffing van den Staat, een maatschappij zonder Staat, dat Is 't, wat de anarchisten zoeken als zij streven naar een maatschappij van vrije en gelijkberechtigde menschen, die gebaseerd is op de harmonie der belangen en de vrijwillige samenwerking van allen voor de bevrediging der maatschappelijke behoeften.

Men vat het woord ~Staat" ook dikwijls anders op. Hieruit vloeid misverstand voort, vooral als men met lieden te doen heeft, die over weinig of geen onderscheidingsvermogen beschikken, of, wat erger is, met menschen, wier belang het medebrengt, om onze opvattingen te verdraaien of opzettelijk verkeerd voor te stellen.

Men gebruikt bijv. het woord .Staat" om een groep menschen aan te duiden, die binnen de grenzen van een bepaald land wonen; of gewoonweg ter vervanging van het woord • maatschappij". Daarom gelooven onze tegenstanders - of zij geven voor het te gelooven - dat de anarchisten alle gemeenschappelijke banden en gezamenlijken arbeid willen afschaffen en er naar streven om de Individuen van elkander af le zonderen, dat wil zeggen, ze neer te halen tot beneden het peil der wilden of dieren.

Onder een ,Staat" verstaat men ook de opperste regeering van het land, de centrale regeering, In tegenstelling van die der provincie of stad; - en daarom gelooven weer sommigen, dat wij eenvoudig de centralisatie van regeering en niet het beginsel der regeering zelf willen bekampen. Zij verwarren het anarchisme met de autonomie en de onafhankelijkheid der provincie of stad

Wij zullen dus voortaan alleen maar spreken van de volkomen afwezigheid van eiken regeerlngsvorm.

Wij hebben reeds gezegd, dat de anarchie een maatschappij zonder regeerlng beteekent.

Maar . . . is afwezigheid ,van regeering mogelijk'? Is zij begeerenswaard '? ls zij bereikbaar?

Laat ons eens onderzoeken. Wat Is een regeerlng '?

Er zijn menschen, die In de regeerlng zien een zedelijk beginsel, met verschlllende schoone eigenschappen, als: Wijsheid, Gerechtigheid, Onpartijdigheid, Onafhankelijkheid van de personen die aan de regeering zijn.

Voor dezulken is de regeerlng een abstracte maatschappelijke macht. Zij vertegenwoordigt de algemeene belangen, zij Is de uitdrukking van het gemeenschappelijke recht, dat opgevat wordt als de begrenzing van het persoonlijke recht. Deze opvatting van de regeerlng wordt door de regeering zelf gesteund, wier taak 't natuurlijk Is, om het beginsel der heerschappij te verdedigen.

Voor ons Is de regeering echter de samentrekking van regeerders; en de regeerenden, monarchen, presidenten, ministers, afgevaardigden enz., zijn degenen, die de macht hebben om wetten te maken, om de betrekkingen tusschen de menschen onderling te regelen en alles te doen uitvoeren; bijv. belastingen te heffen; de menschen tot rnilltalr te maken; dezulken te straffen, die tegen de wellen handelen; den privaat-eigendom te bewaken ; enkele takken van bedrijf te monopollseeren, b, v. tabaksfabricage (Frankrijk), spoorwegen, telegraaf, posterijen enz.; den handel te bevorderen of te beperken; met de regeeringen van andere landen een oorlog te beginnen of vrede te sluiten ; het volk het kiesrecht te geven of te ontnemen - en al zulke dingen meer. In één woord, de regeerders zijn zij, die de macht hebben de geestelijke en lichamelijke krachten der maatschappij in hun dienst te dwingen; in deze macht schuilt hel beginsel der heerschappij.

Wat Is het doel der regeering? Waarom zullen wij ten bate van enkele menschen onze vrijheid en ons initiatief prijsgeven? Waarom moeten wij hun de mogelijkheid geven, zich - met of zonder onze toestemming - meester te maken van onze krachten en deze naar eigen goeddunken aan te wenden? Zijn zij dan zoo buitengewoon begaafd, dat zij zich bet recht mogen aanmatigen om voor het volk alles te doen, kunnen zij beter voor de belangen van het volk zorgen dan de menschen zelf? Zijn zij, de regeerders, onfeilbaar, en zedelijk smetteloos, zoodat wij verstandig doen, hun ons aller lot toe te vertrouwen ?

Stel eens, er waren zulke alwetende en oneindig goede menschen, stel de regeering was in handen van de knapsten en allerbesten - iets wat wij noo!t zagen en nooit zullen zien - dan toch zou het bezit der heerschappij die schoone eigenschappen niet doen vermeerderen. integendeel, het bezit van macht en heerschappij legt allen goeden eigenschappen het zwijgen op; zij, die regeeren, zijn gedwongen zich met allerlei zaken bezig te houden, waarvan zij eigenlijk geen jota verstand hebben, en hun beste krachten moeten zij aanwenden, om hun positie als regeerder staande te houden, om hun vrienden te bevredigen, de ontevredenen In toom te houden en de rebellen te vernietigen.

Echter, de vraag blijft toch nog gewettigd; zijn de regeerders goede of slechte menschen, wijs of dom? Wie maakt ze regeerders, wie stelt ze op hun hoogen post? Dringen zij zich zetr op door troepengeweld, verovering of revolutie? Zoo Ja, welke waarborgen heeft dan hel volk, dat zij het algemeen welzijn boogen? Het recht van den sterkste geldt hier, en daarmee uit.

Wordt de regeering aangesteld door een klasse, een partij?

Dan zijn 't Immers de belangen van die partij of kaste, die worden behartigd ten koste van de belangen der overige menschen.

Eindelijk, Is de regeering gekozen door het algemeen kiesrecht?

Dan geeft het getal kiezers den doorslag, en dat bewijst toch geenszins, dat de gekozenen beschikken over de noodige wijsheid, geschiktheid en bekwaamheid. Het ligt voor de hand, dat diegenen met de meerderheid der stemmen schoot gaan, die het volk het best bedriegen kunnen; aan hen wordt de minderheid, de helft min een, opgeofferd. Bij dat alles komt nog, dat men tot dusver nog geen kiessysteem heeft kunnen uitvinden, waardoor het mogelijk is, dat werkelijk de gekozenen de meerderheid des volks vertegenwoordigen.

Er zijn heel wat theorieën, waarmee men het bestaan eener regeerlng tracht goed te praten en te verklaren. In den grond genomen, zijn zij alle gebaseerd op de veronderstelling, dat de belangen der onderscheidene menschen met elkander in strijd zijn, en dat een daarbuiten en daarboven geplaatste macht noodig Is, waardoor de een gedwongen kan worden om de rechten van den ander te erkennen, om maatregelen te treffen, waardoor de tegenstrijdige belangen worden verzoend, en ieder zooveel bevrediging en zoo weinig nadeel ondervindt als mogelijk is.

De verdedigers van het gezag spreken aldus: Als de belangen, wenschen en begeerten van een mensch lndruischen tegen die van andere menschen of de geheele maatschappij, wie moet dan het recht en de macht hebben van den een te kunnen dwingen het belang van den ander te eerbiedigen? Wie kan voorkomen, dat een mensch den algemeenen wil wederstreeft? De vrijheid van een elk - zoo spreken wij - Is begrensd door de vrijheid der overige menschen ; maar wie zal die grenzen vaststellen en bewerken? De natuurlijke tegenstrijdigheid der belangen en begeerten maakt het bestaan van een regeerlng noodwendig en rechtvaardigt het gezag , dat den maatschappelljken strijd dempt en een ieder zijn rechten en plichten aanwijst.

Dat Is de grond-theorie. Echter theorieën , zullen zij waarde hebben, moeten zijn opgebouwd op de feiten en deze kunnen verklaren. En men weet, dat de theoeën met betrekking tot het sociale vraagstuk meestal uitgedacht zijn, om de voorrechten van de heerschende klasse te verdedigen, en de onderdrukten tot geduldig dragen van hun lot te dwingen beschouwen wij dus liever de feiten in de geheele geschiedenis der menschheid, tot op den dag van heden, was de regeering èf de geweldige, brutale, willekeurige heerschappij over de massa des volks, of zij was een werktuig om de voorrechten derzulken te versterken, die door kracht, list of erfrecht alles wat noodig is voor het leven - in 't bijzonder den bodem - in hun handen hebben gekregen en door die rijkdommen het volk in knechtschap houden en voor zich laten arbeiden.

Men onderdrukt de menschen op tweeërlei manier: of onmiddellijk door de brute macht, het lichamelijk geweld, - of langs omwegen, doordat men In beslag neemt alles wat voor 't leven noodig Is en hen zoo tot onmacht doemt. De eerste manier Is de oorsprong der regeering en der politieke macht; de andere Is de oorsprong der steeds groeiende rijkdommen en daarmee gepaard gaande economische bevoorrechting.

Er is nog een derde manier waarop men het menschdom onderdrukt, n.l. de onderdrukking, de kneveling van het verstand. Dit is het werk der kerken en priesters. Hun taalt Is 't, om door leugen en bedrog de maatschappelijk bevoorrechten In hun positie te handhaven.

In de oorspronkelijke samenlevingen, die slechts uit weinig menschen bestaan, en waar de betrekkingen tusschen de menschen onderling zeer eenvoudig zijn, zijn de belde onderdrukkingsmiddelen, het politieke en het economische, In dezelfde handen, dikwijls In de hand van een enkelen mensch vereenigd. Dit Is het geval als ergens de solidariteit en de wederkeerige hulp door een of andere omstandigheid verbroken zijn en dientengevolge de heerschappij van den eenen mensch over den anderen tot stand Is gekomen. In deze maatschappijen hebben de heerschers door hun kracht de overige menschen overwonnen en geketend, en zoo beschikken zij over hel overwonnen individu en zijn eigendommen. dwingen hem tot dienstbaarheid en tot het afstaan van zijn arbeldsvoortbrengselen: de overwinnaar Is bezitter, wetgever, koning, rechter en beul.

Echter dit despotisme wordt onmogelijk, zoodra de maatschappij grooter wordt, de beboetten zich vermeerderen en de verhoudingen tusschen de menschen Ingewikkelder worden. Om hunne macht te verzekeren of uit gemakzucht, of omdat zij niet anders kunnen, moeten de rechthebbers hun heerschappij ondersteunen door een bevoorrechte klasse, dat wil zeggen, door een groep van menschen, die dezelfde belangen hebben als zij. Hiertoe zijn zij gedwongen, tenzij zij willen dulden, dat een leder zijn leven Inricht zooals bij kan.

Zoo ontwikkelt zich onder bescherming der regeering de privaat-eigendom, de bezittende klasse. Langzamerhand vereenlgt zij In hare handen de productiemiddelen (grond, machines en gereedschappen), de bronnen des levens: landbouw, industrie en handel. ZIJ wordt ten slotte een macht, welke 't gelukt de politieke macht tot hare diensten te dwingen en den Staat te maken tot den gendarme van den eigendom.

Dit verschijnsel beert zich meermalen In de geschiedenis herhaald. Telkens, als door een verovering of oorlogsonderneming het ruw geweld zegevierde, hebben de overwinnaars getracht in hun handen het bezit en 't gezag te vereenigen.

Maar de regeering was niet bij machte alles te bedisselen, de steeds zich uitbreidende productie te leiden, en zoo moest zij dit werk ten slotte aan de bezittende klasse overlaten. De privaateigendom ontwikkelde zich daardoor zóó sterk, dat deze eindelijk zich losmaakte van de regeering en de twee heerschende machten ontstonden: de politieke en de economische. En de eerste werd ondergeschikt aan de laatste, ja de regeering werd ten slotte de trouwe wachter van het kapitaal.

Zeer sterk treedt dit verschijnsel heden ten dage op den voorgrond. De enorme stijging van het productievermogen, de reusachtige ontwikkeling van den handel, de kolossale geldmachten, kortom de gansche ontzettende ontwikkeling der economische machten, die vooral voortsproot uit de ontdekking van Amerika en de uitvinding van machines, heeft de kapitalistische klasse zoo sterk gemaakt, dat zij niet alleen kan eischen dat de regeeringen haar steunen, maar dat zelfs de regeeringen door haar worden samengesteld. Een regeerlng, die In het veroveringssysteem haar oorspong heeft (in het .goddelijk recht", zeggen de koningen en priesters) heeft toch altijd tegen de bezittende klasse, wier gendarme zij was, een hooghartige houding aangenomen, en dit Is de oorzaak geweest, dat men de regeerlngen zelf ging bezetten, de .constitutionele regeeringen in het leven riep, geboorte gaf aan het parlementarisme.

De regeering bestaat in den tegenwoordigen tijd geheel en al uit bezitters en dezulken, die hen dienen. Daarom staat zij volkomen ten dienste der bezitters, en dit zelfs wel zoozeer, dat de allerrijksten niet eens de moeite doen aan de regeering deel te nemen. Een Rothschild of Vanderbildt, een Morgan of Rockefeller heeft niet noodig aan de regeering deel te nemen; het is hun voldoende, dat de regeeringen te hunner beschikking staan en het baantje van kamerlid of minister kunnen zij gerust aan anderen overlaten.

In vele landen heeft het proletariaat, zoo 't heet, het recht, min of meer aan het kiezen van de regeering mee te doen. Dit heeft de bourgeoisie aan het volk toegestaan. Waarom? Alleen om haar te helpen strijden tegen de macht van het koningschap of die der aristocratie, of .... om de gedachten der onderdrukten af te leiden van hun daadwerkelijke! bevrijding, door hun een schijn van vrijheid en medezeggingschap te geven.

Een feit is 't dan ook, dat het algemeen kiesrecht zich als geheel zinneloos heeft doen kennen. Het dient slechts daartoe, om de macht der bourgeoisie te bevestigen, door het krachtigste deel van het volk In den waan te brengen en de valsche hoop er bij te wekken, dat hel eenmaal zelf de heerschappij In handen zal krijgen.

De regeering Is ook bij algemeen kiesrecht - of beter gezegd: Juist door het algemeen kiesrecht - de dienstknecht van de bourgeoisie. Ware het anders, zou de regeering vijandig worden aan de belangen der rijken, was de democratie Iets anders dan een middel om hel volk te bedriegen, - dan zou Immers de bourgeoisie alles In 't werk stellen, de reusachtige machten, waarover zij beschikt, aanwenden, ten einde de regeering tot haar werkelijke taak terug te voeren : den gendarmedienst. Altijd en overal was de regeering de waakhond van het kapitaal, welken naam zîj ook aannam, welke haar oorsprong of samenstelling ook was. Altijd was en is de soldaterij haar onafscheidelijk. attribuut, gebruikte en gebruikt zij school en kerk om de onderdrukten tot knechtschap en geduldig dragen van hun lot te nopen.

Toegeven moeten wij, dat de regeering bij haar hoofdtaak. ook andere dingen heeft gevoegd. ln elk zoogenaamd beschaafd land doet de regeering dlngen, dle In het algemeen belang zijn. Haar hoofdtaak is echter die, welke wij boven omschreven. en al wat zij doet ten bate van 't algemeen, dient haar slechts als mom waarachter zij hare ware bedoelingen kan verbergen.

Dat de regeering wel eens Iets nuttigs doel is dus een aanklacht te meer tegen haar.

De regeering heeft de taak op zich genomen, om het leven der staatsburgers te verdedigen tegen een bepaalde soort brutale aanvallen. Zij legt wettelijk vast een aantal gebruiken en gewoonten, zonder welke een samenleving niet mogelijk Is. Zij organiseert en leidt eenige openbare diensten, zooals de posterijen, spoorwegen, telegraaf, openbare gezondheid enz. Zij sticht opvoedingsgestichten en weeshuizen, en och, hoe gaarne geeft zij zich een schijn als de behoedster der armen en zwakken te fungeeren.

Wanneer wij een en ander echter iets nader bezien, wanneer wij ons de vraag voorleggen, waarom zij een en ander doet, dan bewijzen ons de feiten, dat zij alles doet om haar macht en die der klasse, welke zij vertegenwoordigt, staande te houden, te vermeerderen, te· bestendigen.

Een regeering, die haar ware natuur niet verbergt onder een der mantels van 't .algemeen welzijn", zou niet lang bestaan. Het Is haar niet mogelijk op den duur om de bevoorrechten te beschermen, zonder dal zij den schijn aanneemt hel recht van allen te beschermen ; zij kan onmogelijk de voorrechten van enkelen In stand houden, zonder daarbij een gezicht te trekken alsof zij de rechten van allen beschermt,

De wet, zegt KROPOTKINE - heeft van de maatschappelijke gevoelens der menschen gebruik gemaakt, om met de algemeen erkende zedelijke opvattingen een maatschappelijke orde vast te stellen, die ten voordeele is van enkelen en tegen welke zich de menschheid anders zou hebben verzet.

Een regeering mag niet dulden dat de maatschappij zich oplost; de heerschende klasse vindt immers anders geen menschen meer die zij uitbuiten kan. Zij kan ook niet toestaan dat de maatschappij zich zelf regeert, zonder ingrijping van de overheid; immers dan zou het volle zeer spoedig bemerken dat een regeering overbodig Is, en geen andere taak heeft dan het beschermen der bezitters, die het volk uithongeren. En het volk zou er een aanvang mee maken om zich van die bezitters en regeeringen te ontdoen.

In dezen tijd, nu de elschen der proletariërs dringender en dreigender worden, toonen de regeeringen neiging om zich te mengen in de verhoudingen lusschen werkgever en arbeiders. Zij probeeren op deze wijze de arbeidersbeweging op valsche banen te brengen. En door het Invoeren van zekere zeer bedenkelijke verbeteringen, kunnen zij verhoeden, dat de werkman alles zoekt te veroveren waar hij recht op heeft, n.l. evenveel welvaart als de andere menschen genieten.

Buitendien moet men In aanmerking nemen, dat de bourgeoisie, dus de bezitters, steeds geneigd zijn om elkander wederkeerig te bekampen en te vernietigen, terwijl aan den anderen kant de regeering op haar beurt weer een soort onafhankelijkheid zoekt te verwerven, zlcb weer vrij zoekt te maken van haar beschermeling: de bourgeoisie. Vandaar het gehaspel bij de stembus van de bourgeoispartijen onderling, een gehaspel, dat In dagen van verkiezingen kranten, brochures en boeken volt en het volk in den waan brengt, dat het louter en alleen gaat om :zijn belang.

Voor den mensch, die nadenkt, kan de regeering echter haar ware natuur niet verbergen. Als zij de regeling en instandhouding der rechten en plichten op zich neemt, dan verdraait zij het rechtsgevoel der menschen. Elke daad, die de voorrechten der regeerders en bezitters aantast, brandmerkt zij als misdaad en zij bestraft de daders; de onbarmhartige uitbuiting, het voortdurend langzame, geestelijk en lichamelijk, vermoorden dat zij den bezitlooze doet, noemt zij .recht" en "wettelijk".

Als zij de leiding van eenige openbare diensten ter hand neemt - dus een soort staatssocialisme - dan heeft zij weer alleen het belang van de regeerders en bezitters op 't oog.

Zij bekommert zich slechts in zooverre om de belangen van het volk, als noodig Is, om het volk gewillig zijn belastingen te doen betalen. Als zij scholen opricht en steunt, dan doet zij dit slechts om bet verbreiden van de waarheid tegen te gaan en den geest der Jongeren dusdanig te vormen, dat zij in de toekomst öf nietsnuttende tirannen, of gehoorzame slaven zullen worden, naar gelang der klasse waaruit zij voortkomen. ln de hand der regeering wordt alles tot een werktuig der uitbuiting, alles wordt tot een politie-Instituut gemaakt, om het volk In boeien te houden.

Het kan niet anders. Wanneer het menschelijk leven een strijd tusschen menschen Is, dan zijn er overwinnaars en overwonnenen. en de regeerlng - welke de prijs van het gevecht Is of als middel dient om den overwinnaars de vruchten hunner overwinning te verzekeren en ze hen te doen behouden - 1.Jil natuurlijk nooit in handen der overwonnenen zijn, onverschillig of de strijd Is een geestelijke of lichamelijke.

Zij, die gestreden hebben om de overwinning, om voorrecht I en heerschappij te veroveren, zij zullen de zegepraal niet aanwenden ten bate der overwonnenen, zij willen hun eigen wil en dien hunner vrienden en bondgenooten niet beperken.

De regeering, of, zoo~men wil, ,,de Staat", is als uitvoerder der gerechtigheid, als verzachter der maatschappelijke oneenigheid, als onpartijdige behartiger van aller belang, een bedrog, een waanbeeld, een nooit verwezenlijkte en nooit te verwezenlijkten utopie.

Als de belangen der menschen tegenstrijdig waren, als de strijd tusschen de menschen een levenswet was, als de vrijheid van den een de vrijheid van den ander grenzen moest zetten, dan zou elkeen er slechts naar streven zijn eigen belangen over die van anderen te doen zegevieren; een leder zou zijn vrijheid zoeken te vergrooten ten koste van de vrijheid van anderen. Als er een regeering moest zijn, niet om in meer of mindere mate allen leden der maatschappij ten nutte te zijn, doch om den overwinnaars de vruchten hunner overwinning te verzekeren, dan zag 't er voor het menschdom wel treurig uit. Dan zou de menschheid gedoemd zijn, om altijd tusschen de tirannie der overwinnaars en den opstand der overwonnenen te worden heen en weer geslingerd.

Gelukkig evenwel is de toekomst der menschen wel wat mooier en gelukkiger. De menschheid toch wordt door een teederder beginsel geleld. Dàt waarachtig menschelijk en maatschappelijk begl11sel Is de solidariteit.

De noodwendige grondeigenschappen van den mensch zijn eerstens het streven naar levensbehoud, zonder hetwelk niets wat leert. bestaan kan ; en tweedens het streven naar het behoud van zijn soort, zonder hetwelk geen soort zich kan ontwikkelen en In stand houden. De mensch streeft natuurlijkerwijze naar het behoud van zijn eigen leven, zoowel als naar het behoud zijner nakomelingschap en hij poogt dit tegen allen en alles le verdedigen.

De levende wezens hebben in de natuur twee methoden, om het leven te verzekeren en aangenamer te maken. Eenerzljds den strijd der enkele Individuen tegen de elementen en ook tegen de Individuen van dezelfde of een andere soort; anderzijds de wederkeerige hulp, het samenwerken, het zich vereenigen In den strijd tegen de natuurmachten, die het bestaan, de ontwikkeling en het welzijn der vereenigde levende wezens bedreigen.

Ln dit kort bestek kunnen wij de rol, welke deze twee grondprlnciepen vervullen in bet leven der soorten, hunne verhouding tot elkander, niet uitvoeriger behandelen.

Het is voldoende, als wij vaststellen, dat voor de menschheid dat - vrijwillige of onvrijwillige - samenwerken het eenige middel voor den vooruitgang is geweest. De onderlinge strijd der soortgenooten brengt zoowel overwinnaars als overwonnenen slechts nadeel toe.

De ervaringen, welke de elkander opvolgende geslachten

hebben verworven en aan elkaar overgeleverd, hebben den mensch bewezen, dat als hij zich met een ander menscb vereenigt. zijn bestaan meer verzekerd en zijn welvaart grooter is. De strijd om het bestaan, dien de menscb tegen de lompe, wreede natuurelementen bad te voeren, heeft de drijfveer tot het maatschappelijk leven ontwikkeld en de bestaansvoorwaarden van den mensch volkomen veranderd. Deze drijfveer heeft den mensch boven den dierlijken staat verheven en wel In zulk een mate, dat de spiritualistische filosofen het noodlg vonden, om voor den mensch een bovennatuurlijke en onsterfelijke ziel uit te vinden.

Vele oorzaken hebben medegewerkt tot de ontwikkeling

van die drijfveer tot gemeenschappelijk leven. Zij heeft haar oorsprong In het streven van alle levende wezens om hun soort in stand te houden en zij heeft zich op een dusdanige wijs ontwikkeld, dat zij voortaan den grondslag vormt van de zedelijke natuur der menschen.

Toen de mensch zich uit zijn dlerlijken staat ontwikkelde, was hij te zwak en weerloos, om alleen den strijd tegen de roofdieren te kunnen voeren. Maar hij had hersenen, geschikt om te ontwikkelen; een stemorgaan (keel en tong), In staat om de verschillende werkingen der hersenen uit te drukken ; handen, waarmee hij steen, hout en andere sloffen naar zijn wil kon vormen - en zoo kwam hij spoedig tot de erkenning, welk een voordeel er in lag deze krachten te vereenigen, een maatschappij te vormen.

Daar in den beginne het aantal der menschen slechts gering was, zoo was ook de strijd om het bestaan tusschen de menschen onderling niet zoo bitter, niet zoo onafgebroken, ja zelfs minder noodzakelijk, wat In leder geval veel bijdroeg tot de ontwikkeling van het vriendschapsgevoel en de erkenning en waardeering vaa het wederkeerig dienstbetoon mogelijk maakte.

De mensch kan, door het aanwenden van zijn natuurlijke, oorspronkelijke eigenschappen, door het samenwerken met een groot of klein aantal van zijn soortgenooten, de verhoudingen waarin hij leeft veranderen en doen aanpassen aan zijn eigen behoeften. Zijn begeerten vermeerderen en groeien, naar mate het hem gemakkelijker wordt deze te bevredigen ; zij worden eindelijk behoeften. De verdeellng van den arbeid ontstaat, een gevolg van de methodische aanwending der natuurkrachten ten gunste der menschen. En door dat alles wordt het gemeenschappelijk leven een noodwendige voorwaarde voor het menschelljk bestaan.

En dit beginsel heeft zlcb dermate ontwikkeld, dat dikwijls Iemand, onafhankelijk van de persoonlijke materieele voordeelen, den dood tegemoet treedt, om zijn evenmensch te helpen.

De vereeniging brengt den menschen reusachtige voordeelen.

De enkele mensch Is, trots zijn geestelijke meerderheid, veel zwakker dan de overige dieren ; maar hij bezit het vermogen, om zich met steeds meerdere menschen te vereenigen, steeds Inniger banden te vormen, zoodat ten slotte al wat leeft zich met een broederhand kan verbinden; hij is in staat, om door vereenigden, gemeenschappelijken arbeid met anderen meer voort te brengen dan noodig Is voor zijn leven.

En uit dit alles heeft zich eindelijk het gevoel van solidariteit ontwikkeld. Daarom beteekent voor den mensch de .strijd om 't bestaan" heel wat anders dan voor vele dieren.

Men weet heden ten dage - en de natuurvorschers brengen ons eiken dag nieuwe bewijzen daarvoor - dat de samenwerking In de ontwikkeling der levende wereld een zeer gewichtige rol heeft gespeeld en dit nog doet. Een rol, die niets gelijkt op die, welke de bourgeoisie meent te mogen putten uit de leer van DARWIN, en waarmede zij haar macht zoekt te rechtvaardigen.

De solidariteit, d.w.z. de harmonie der belangen en gevoelens, het medewerken van een leder aan het welzijn van allen, en het samenwerken van allen voor het welzijn van ieder - dat Is de eenige methode waardoor de mensch leven kan en den hoogsten graad van ontwikkeling en welvaart kan bereiken. Dat is bet ideaal, waarnaar de menschelijke ontwikkeling streelt: dat is het hoogste beginsel, dat alle tegenstrijdigheden oplost. die anders onoplosbaar zijn, en hetwelk bewerkt, dat de vrijheid van den een In de vrijheid van den ander niet zijn grenzen, doch zijn volmaking, zijn noodwendige bestaansvoorwaarden vindt.

"De enkeling - zegt BAKUNINE - kan onmogelijk zijn menschzijn erkennen en verwezenlijken, als hij het menschzljn van anderen niet erkent en medehelpt verwezenlijken. De enkeling kan zich niet bevrijden, als hij niet streeft naar de bevrijding van de menschen, die om hem heen leven. Mijn vrijheid is de vrijheid van allen, wijl Ik slechts dan werkelijk, niet slechts In gedachten, maar feitelijk vrij ben, als mijn vrijheid en mijn recht door de vrijheid en het recht van alle met mij gelljkstaan9e wezens bevestigd Is.

De toestand der overige menschen Is voor mij van groot belang. Immers, hoe onafhankelijk mijn maatschappelijke positie ook moge schijnen, hetzij dat Ik paus, tzaar, koning of minister ben, steeds blijf ik het product van de onderliggende menschen. Zijn dezen onwetend, arm, verslaafd, zoo Is mijn leven door hun onwetendheid, door hun ellende, door hun slavernij bepaald. Ik, de verlichte en intelligente mensch, ben dom door hun domheid: ik, de dappere, ben laf door hun lafheid; Ik, de vrije, ben slaaf door hun slavernij; ik, de rijke, sidder voor hun ellende; Ik, de bevoorrechte, verbleek voor hun gerechtigheid ... lk die vrij zijn wil, kan het niet zijn, want om mij heen willen de menschen nog niet vrij zijn, en omdat zij het niet willen, worden zij in mijn banden werktuigen der onderdrukking".

De solidariteit Is ergo de toestand, waarin de mensch tot de hoogste sport der zekerheid en welvaart kan klimmen. Dus het egoïsme, dat beteekent, het alleen denken aan eigen belangen, drijft den mensch en de maatschappij tot solidariteit. Duidelijker, egoïsme en altruïsme versmelten tot een gevoel, doordat het belang van den enkeling met het belang der maatschappij tot een enkel belang samensmelten.

Maar de menschen konden niet met één stap tot dien toestand komen, waar in plaats van den strijd van allen tegen allen, de solidariteit te voorschijn treedt. De voordeelen, welke voortvloeien uit samenwerking en daarmee gepaard gaande arbeldsverdeeling, stuwen de menschen op den weg der solidariteit. Echter, hier werden hindernissen opgeworpen, die de menschheid noopten op dwaalwegen te gaan, dwaalwegen, waarop men zich thans oog steeds bevindt. De mensch ontdekte de voordeelen der samenwerking, doch In plaats van deze zich te verzekeren door samenwerking met anderen, zocht hij ze In de onderwerping van anderen. En daar hij dezen stap reeds beging toen hij nog In een zeer Jaag stadium van ontwikkeling zich bevond, dwaalde hij verder en verder, vervulde steeds meer en meer de heerschappij de plaats van de solidariteit. 't Kan zelfs best zijn, dat de uitbuiting, die de overwinnaars toepasten op de overwonnenen, den mensch leerde, welk voordeel er In lag, als men zich van de hulp der anderen verzekerde.

Zoo voerde de erkenning van de nuttigheid der samenwerking niet tot den triomf der solidariteit, maar vestigde den privaat-eigendom en het gezag, dat beteekent: de uitbuiting van den arbeid van allen door een kleine groep bevoorrechten, ook door een vorm van samenwerking, doch een, die slechts het belang van enkelen ten goede komt.

Daaruit spruit voort de groote tegenspraak In de geschiedenis der menschheid : eenerzijds zijn de menschen bereid zich te vereenigen en te verbroederen, om de natuurkrachten in hun voordeel te regelen en aan hun behoeften aan te passen - anderzijds hebben zij de neiging zich in vijandige groepen te verdeelen, naar gelang hun geografische en ethnografische verhoudingen, zoowel als hun economische toestand verschillend zijn; naar gelang er menschen zijn, wlen het gelukte zich voordeelen te veroveren, welke zij moeten verdedigen en uitbreiden, of zulken, die er naar streven, of zulken, die gebukt gaan onder slavernij en nood en zich daarvan zoeken te bevrijden.

De stelling: .ieder voor zich", de strijd van allen tegen allen, heeft de menschen in den strijd tegen de natuurrampen verlamd, verward en op een dwaalspoor gebracht. Die strijd toch kan alleen met succes worden gevoerd wanneer als grondregel geldt: .Allen voor ieder en ieder voor allen!"

De menschheid heeft veel geleden onder de heerschappij en uitbuiting, welke in de menschelijke samenleving zijn binnengeslopen. Maar trots de onmenscheUjke onderdrukking, die de massa moest dulden, trots de ellende, de ondeugd en zelfverlaging, welke de armoede en knechtschap te voorschijn roepen, bij heeren zoowel als bij knechten, - trots den opgehoopten haat en de tweedracht, de moorddadige oorlogen, leefde de drang tot samenleven en samenwerken voort en ontwikkelde zich steeds verder.

Bij de tegenwoordige maatschappelijke toestanden is de alles omvattende solidariteit voor 't grootste deel onbewust, daar zij als van zelf, midden tusschen de vijandige, persoonlijke belangen te voorschijn komt; terwijl de menschen zich weinig of in 't geheel niet met de algemeene belangen bemoeien. Dit Is het beste bewijs daarvoor, dat de solidariteit de natuurlijke wet der menscheld Is, en zich doet gelden, ondanks alle tegenstellingen, die de zoogenaamde maatschappelijke orde geschapen heeft.

Ook de onderdrukte massa, die zich nooit wel bevond in haar slavernij en ellende, en heden meer dan ooit naar gerechtigheid, vrijheld en welvaart hongert, begint te begrijpen, dat zij zich slechts bevrijden kan door vereeniging, door de solidariteit van alle onderdrukten en uytgezogenen der geheele wereld. Zij, de arbeiders, begrijpen eindelijk, dat zij derhalve ook hebben te streven naar het bezit van den bodem en de arbeidsmiddelen ; naar de afschaffing van den privaat-eigendom. Dit toch is de onweersprekelijke, eerste voorwaarde voor de bevrijding. De ,retenschap, het nauwkeurig waarnemen der maatschappelijke feiten, zegt ons duidelijk, dat deze toestand voor de bevoorrechten zelf van groot nut zou zijn, als zij zich bevrijden van de heerschzucht, en met alle overige menschen zouden willen deelnemen aan den gemeenschappelijken arbeid.

Welnu dan: als eenmaal de onderdrukten zullen weigeren langer te werken voor anderen, als zij den bodem en de arbeidsmiddelen aan de bezillers afhandig zullen maken, om deze ten eigen nutte aan te wenden, dus voor het welzijn van allen ; als zij zich niet meer aan de heerschappij zullen onderwerpen, noch door het ruw geweld, noch door de economische voorrechten ; als door de broederschap tusschen de volken het gevoel der menschelijke solidariteit, versterkt door de gemeenschappelijke belangen, een einde zal maken aan oorlog en verovering, - wat zou dan de regeering nog voor reden van bestaan hebben?

Als de privaat-eigendom afgeschaft Is, moet ook de regeering, die dezen tot dusver verdedigde, afgeschaft worden. Blijft de regeering bestaan, dan zal zij er steeds naar streven om onder het een of ander voorwendsel, onder een of anderen vorm een nieuw privilege, een nieuwe klasse van onderdrukten in 't leven te roepen.

Regeeringloosheid beteekent niet de vernietiging der maatschappelijke banden en kan dit niet beteekenen. Juist het tegendeel: het gemeenschappelijk leven en werken, dat heden gedwongen Is en enkelen ten voordeele komt, zal dan vrij, vrijwillig en spontaan zijn en dienen tot het welzijn van allen.

Uit de vrijwllJ!ge samenwerking van allen, door de vrijwillige verbindingen der menschen in overeenstemming met de behoeften en sympathieën, van onder naar boven, van het eenvoudige tot het saamgestelde, beginnende bij de onmiddellijke belangen om tot de algemeene op te stijgen - uit dit alles zal een maatschappelijke organisatie groeien, welke tot doel heeft de grootste welvaart en de grootste vrijheid, welke de menschen In een broederband samenbindt; welke zich voortdurend veranderen en verbeteren zal, naarmate de verhoudingen veranderen en de ervaring het gebiedt.

En deze maatschappij van vrije menschen, deze maatschappij van vrienden - dat Is de anarchie.

Tot dusver hebben wij de regeerlng beschouwd zooals zij op 't oogenblik is, zooals zij zijn moet In een maatschappij, welke Is gegrondvest op bevoorrechting, op de uitbuiting en onderdrukking van de menschen door de menschen, op tegenstrijdige belangen en strijd - met één woord: op den privaat-eigendom.

Wij hebben gezien, dat de strijd van allen tegen allen, wel verre van te zijn een noodzakelijke factor In het sociale leven, dit sociale leven Integendeel In den weg staat. Wij hebben gezien, dat het samenwerken, de solidariteit, de wel van den menschelijken vooruitgang Is, en wij hebben daaruit de slotsom getrokken, dat als èn de privaat-eigendom èn het gezag van den mensch over den mensch afgeschaft zijn, de regeering eiken grond van bestaan heeft verloren, verdwijnen moet.

,.Maar", zoo zegt men tot ons - voornamelijk de sociaaldemocraten als men de grondslagen verandert waarop tegenwoordige samenleving is gebouwd, als men In de plaats van den strijd van allen tegen allen de solidariteit, in plaats van den privaat-eigendom het gemeenschappelijk bezit heeft gekregen, dan zal men het karakter der regeering hebben veranderd; zij zal niet meer de belangen van een enkele klasse vertegenwoordigen en verdedigen, omdat er geen klassen meer zijn; zij zal de belangen van de geheele maatschappij behartigen. De taak van de regeerlng zou dan zijn in 't belang van allen de samenwerking en orde te regelen en te verdedigen, den maatschappelijken arbeid te doen verrichten en de burgers te beschermen tegen hen, die de bevoorrechting weer willen invoeren, de vrijheid en de welvaart van allen bedreigen.

• Er zijn In de maatschappij noodzakelijke dingen te doen. die te veel toewijding eischen, om ze over te laten aan den vrijen wil der individuen, zonder daarbij te riskeeren, dat alles op de grootste wanorde uitloopt.

• Wie zal, als er geen regeering is, zorg dragen voor de aanschaffing en verdeeling der levensmiddelen, voor de openbare gezondheid, de spoorwegen, post en telegraaf enzoovoort? Wle zorgt voor 't onderwijs'? Wie zal den arbeid der uitvindingen en ontdekkingen op zich nemen en zorg dragen, dat de krachten der menschen worden verhonderdvoudigd'?

•• Wie zal het maatschappelijk kapitaal beschermen en vermeerderen, om het in steeds grooter staat te kunnen overleveren aan het nageslacht'? Wie zal tegengaan, dal de schoone wouden worden verwoest en de bodem onoordeelkundig wordt bewerkt?

• Wie zal volmacht hebben, om maatschappij-vijandige daden te keeren en te bestraffen'?

,.En wat te beginnen met hen, die weigeren te arbeiden, bij wie het solidariteitsgevoel niet aanwezig Is'? En dezulken, die besmettelijke ziekten verbreiden, omdat zij weigeren de erkende wetenschappelijke gezondheidsmaatregelen na te komen? •

•. En als er krankzinnigen Zijn, die den oogst verbranden, kinderen mishandelen, hun fysieke krachten gebruiken, om de :zwakkeren te bedreigen?

• Als men den privaat-eigendom vernietigt, zonder een nieuwe regeeriog In te richten, welke het gemeenschappelijke leven organiseert en waarborgt, dan zou men de voorrechten der sterkeren niet kwijt zijn en er zou geen vrede en welvaart zijn. De maatschappelijke banden zouden zijn verbroken, de menschheid worden teruggebracht in een toestand van barbaarschheid!"

Ziehier de tegenwerpingen, welke de aanhangers van het gezag, zelfs als zij zich .socialist" noemen en dus den privaateigendom en de tegenwoordige heerschappij van een enkele klasse willen afschaffen, ons voorhouden.

Wij antwoorden daarop het volgende:

Ten eerste is 't niet waar, dat de regeering haar wezen en doen veranderen zal, al zouden ook de maatschappelijke verhoudingen zijn veranderd. Werktuig en handeling 2ijn onafscheidelijk van elkander. Als men een lichaamsdeel verlamt, dan sterft het af, of het stelt zich opnieuw in beweging. Als men een leger plaatst In een land waar noch een oorzaak, noch de vrees voor een uit- of een inwendigen oorlog aanwezig is, dan zal dal leger een oorlog in 't leven roepen of, als dat niet gelukt, zich oplossen. De politie zal daar, waar geen misdadigers op te sporen of gevangen te nemen zijn, misdaden of misdadigers provoceeren en uitvinden, of zij zal ophouden te bestaan.

Sedert eeuwen bestaat in Frankrijk een instelling, genaamd de "Wolfsjagerij''. waarvan de beambten hebben te zorgen voor de verdelging der wolven of andere schadelijke gedierten. Niemand zal zich er over verwonderen, dat juist daarom In Frankrijk nog wolven zijn en zij In den winter veel schade aanrichten, terwijl In andere landen van West-Europa zoo goed als geen enkele wolf meer te vinden is. De bevolking bekommert zich in Frankrijk niet veel om de wolven, Immers de wolvenjagers zijn er en hun taak Is 't zich met de wolven te bemoeien. Dezen maken werkelijk Jacht op hen, maar zij houden zich daarbij aan het "jachtgebruik" om de Jongen te sparen, waardoor deze de gelegenheid krijgen zich voort te planten en deze "Interessante" diersoort niet uitsterft . De Fransche boeren hebben ook zeer weinig vertrouwen In de wolvenjagers en zij beschouwen ze eerder als wolvenfokkers. Het is begrijpelijk: Wat zouden de wolvenjagers moeten beginnen als er geen wolven meer waren?

Een regeering, d.w.z. een zeker aantal menscben, wier taak het Is wenen te maken, die gewoon zijn om zich van de kracht van allen te bedienen, om een elk te dwingen hen te achten, ts de uitdrukking van een bevoorrechte klasse, die gescheiden staat van de massa des volks. Zij zal er Instinctief naar streven haar machtsbevoegdheid uit te breiden, zich te onttrekken aan de controle van het volk, haar persoonlijke verlangens te bevredygen en haar eigen voordeelen af te dwingen van de overige menschen. Daar zij een bevoorrechte positie Inneemt. staat de regeerlng tegenover de massa des volks, welks krachten zij dagelijks In beslag neemt.

Overigens kan een regeerlng, ook al zou zij het wlllen, nooit alle menschen tevredenstellen. Als 't haar gelukt enkelen te voldoen, dan moet zij zich verdedigen tegen hen, die onvoldaan zijn ; dientengevolge een deel van het volk voor zich zoeken te winnen, waardoor zij steun vindt In haar streven het andere deel te onderdrukken. De oude geschiedenis zou zich dus herhalen: er wordt door de hulp der regeering een nieuwe bevoorrechte klasse geschapen, welke, ook al zou zij zich dit keer niet In bezit stellen van den bodem, toch haar bevoorrechte positie zou gebruiken om de overige menschen uit te bulten en te onderdrukken.

De heerschenden, gewend om te bevelen, zouden niet licht tot de massa des volks terugkeeren : als zij de macht niet kunnen behouden, dan zullen zij zich minstens van de bevoorrechte plaatsen verzekeren en ... zorgen, dat neefjes en vriendjes hun opvolgers worden, die dan wederkeerig weer zullen helpen en steunen. Zoo zou dus de regeering van de eene hand In de andere heen en weer verwisseld worden en de "democratie", welke moet beteekenen de regeering van allen, de volksheerschappij, wordt ten slotte niets dan een .oligarchie", een regeertng van weinig bevoorrechten, van vriendjes en neefjes, die ten slotte weer een klasse vormen.

En wat zou zoo'n oligarchie een alles onderdrukkende en verpletterende macht hebben I Zij heeft immers de beschikking over alle maatschappelijke rijkdommen, en alle takken van menschelijke bezigheid, van af de verpleging der zieken tot de fabricage der lucifers, van de universiteit tot de operettetheaters!

Nemen wij echter eens aan, dat zoo'n regeering geen bevoorrechte klasse zou scheppen, dat zij zou kunnen bestaan zonder rondom zich een klasse van vrienden en kennissen te voorschijn te roepen, dat zij dus inderdaad de vertegenwoordigster, de dienares zou zijn van de geheele gemeenschap. Wat zou zij dan voor nut hebben? Hoe en op welke wijze zou zij ds kracht, het intellect, den geest der solldariteit, de zorg voor allen en voor den toekomstigen mensch, den mensch van nature aangeboren, kunnen vermeerderen?

Het is immers weer de geschiedenis van den gebonden mensch, die trots zijn boelen leeft, en daarom gelooft, dat die boelen voor zijn leven noodwendig zijn.

Wij zijn gewend onder een regeerlng te leven, die alle krachten, alle Intellect, lederen wil, dien zij voor haar doel gebruiken kan, In beslag neemt, en alles wat zij niet noodiq heeft of voor haar nadeelig is, verlamt en onderdrukt - en wij verbeelden ons, dat alles wat in de maatschappij gebeurt, het werk van de regeerlng Is en dus zonder regeering alles tot een vreeselijk ellendigen chaos zou vervallen. Zoo laat ook de grondbezitter den grond voor zijn eigen profijt bebouwen; hij geeft den arbeider van de opbrengst juist genoeg om niet te sterven, zoodat hij kan en wil voortwerken. En de geknechte arbeider gelooft, dat hij zonder werkgever niet zou kunnen leven, alsof deze den bodem en de natuurkrachten geschapen had. Waardoor kan het gezag de geestelijke en lichamelijke krachten, die In de maatschappij bestaan, vermeerderen 7 Is het als de bijbelsche god, die uit niets Iets schiep? Daar in de geheele natuur feitelijk niets "geschapen" is, zoo wordt In de maatschappij feitelijk niets "geschapen". Daarom kan de regeering de bestaande krachten slechts aanwenden of .... onderdrukken.

En waar de regeering mogelijk Iets goeds voor de maatschappij doet, daar geschiedt zulks door de personen als menschen, en niet als regeerders.

Langen tijd heeft men getwist over de vraag, In hoeverre de menschelijke vooruitgang het gevolg is van persoonlijke invloeden, of van die der maatschappij. Met allerlei kunstgrepen der spraak en der filosofie heeft men de zaak zoo ingewikkeld gemaakt, dat het gevaarlijk werd te beweren, dat In de rnenschenwereld alles door de handelingen der enkelingen werd geregeld en volbracht. En toch Is dit zoo'n eenvoudige waarheid! Immers, dat wat In werkelijkheid bestaat is het Individu; de maatschappij of de gemeenschap, de staat of de regeering zijn, voor zoover het geen bloote begrippen zijn, slechts vereenigingen van Individuen. immers, alleen in het individu ontstaan de gedachten en de handelingen, en deze worden maatschappelijke gedachten en handelingen, als meerdere menschen terzelfder tijd zoo denken of willen handelen. De maatschappelijke handelingen zijn dus niet de tegenstellingen of volmaking van de persoonlijke handelingen, maar het resultaat van de gevoelens en verlangens der enkelingen, waaruit de maatschappij bestaat, en dit resultaat zal grooter zijn, naarmate meerdere menschen hetzelfde voelen of verlangen. Als men daarentegen, zooals de gezagsmenschen doen, onder maatschappelijke handelingen verstaat de handelingen van een regeerlng, dan zijn toch ook deze het resultaat van persoonlijke krachten; maar in dit geval slechts de krachten van de personen, die de regeerlng uitmaken, of die door hunne handelingen de regeering kunnen beïnvloeden.

Het gaat dus in den eeuwenouden strijd tusschen gezag en vrijheid, tusschen gelijkheid en bevoorrechting, In waarheid slechts daarom : persoonlijke onafhankelijkheid te bereiken ten koste van de slavernij der overige menschen, of onafhankelijkheid en gelijkheid voor allen.

Uit dit alles volgt, dat het streven eener regeering - zelfs van een Ideale regeering - de scheppende, regelende en beschermende macht der maatschappij niet In 't minst vermeerderen kan, doch Integendeel verzwakken moet, doordat zij de mogelijkheid iets te doen aan enkelen veroorlooft, die daardoor alles doen, zonder dikwijls er de bekwaamheid voor te bezitten.

Waarachtig, als men aan de wetgeving alles ontneemt, wat voor de verdediging van de bevoorrechte klasse dient, wat blijft er dan over, buiten hetgeen het resultaat is van wat onder de massa reeds lang woont?

.De Staat", zegt SISMONDI, .is altijd een behoudzuchtige macht, welke de resultaten van den vooruitgang wettelijk vastlegt, regeert, organiseert en deze, zooals wij In de geschiedenis zien, altijd ten nutte van de bevoorrechte klasse aanwendt; die echter nooit den vooruitgang hielp, maar wel tol struikelblok was. De vooruitgang komt immer van onderen op. Hij wordt geboren In de hoofden der enkelingen; het zijn de gedachten, welke zich uitbreiden en tot algemeene meening worden, maar op haar weg steeds te kampen hebben met de gewoonte, behoudzucht, overleveringen en dwalingen, welke door den Staat worden beschermd."

Om overigens goed te begrijpen hoe het mogelijk. Is zonder regeering te leven, moeten wij de bestaande maatschappij een beetje grondig gadeslaan. Doen wij dit, dan zien wij, dat thans reeds de gewichtigste takken van menschelijke bezigheid zonder medewerking van de regeering worden verricht. Bemoeit de overheid er zich mede, welnu, dan doet zij 't om de massa uit te bulten, de bevoorrechten te beschermen of om haar onmisbaarheid te toonde door ze te sanctioneeren. De menschen werken, ruilen hun produkten, studeeren, reizen, leven naar de regelen der gezondheid en zedelijkheid, voor 't grootste deel zooals zij willen, maken zich kunsten en wetenschappen ten nutte, hebben ontelbare betrekkingen tot elkander, zonder de behoefte te gevoelen aan iemand, die hun voorschrijft, hoe zij leven moeten. En Juist die dingen, waar de regeering zich niet mee bemoeit, gaan het best; deze brengen de minste oneenigheid voort en passen zich het best aan den wil van allen aan, zoodat iedereen er zijn nut of vreugde bij vindt.

De regeering Is evenmin noodig voorde groote ondernemingen, of voor de openbare diensten, welke voor het geregelde samenwerken van vele menschen van verschillende landen noodlg zijn. Duizenden van zulke ondernemingen zijn reeds thans het werk van private vereenigingen, welke door vrije overeenstemming ontstaan zijn ; en algemeen Is men 't eens, dat deze het best gelukken. Wij spreken niet van de vereenigingen van kapitalisten, welke tot doel hebben de organisatie van de uitbuiting, ofschoon ook deze bewijzen, dat vrije vereenlglng mogelijk Is en menschen omvatten kan van alle landen, Indien zij voor een gemeenschappelijk belang tot elkander worden aangetrokken.

Spreken wij liever van de vereenigingen, welke tot drijfveer hebben de wederkeerige hulp, liefde tot wetenschap, het verlangen om zich te verstrooien of zich te laten bewonderen. Deze vereenigingen geven een treffender beeld van die groepen, welke In de maatschappij ontstaan zullen, waar de privaat-eigendom en de strijd tusschen de menschen onderling zijn afgeschaft en waar dientengevolge ieder zijn belang en zijn grootste bevrediging erin vinden zal om het belang van allen te bevorderen, den evenmensch goed en aangenaam te zijn.

De wetenschappelijke vereeniglngen en congressen, de internationale maatschappij tot redding van schipbreukelingen, de Roode Kruis-Vereenlglng, de aardrijkskundige genootschappen, de arbeidersvereenigingen, de groepen vrijwilligers, die bij ieder groot ongeluk toesnellen om hulp te verleenen, zijn eenige uit de •ele voorbeelden van wat de geest van samenwerking vermag, die altijd te voorschijn treedt wanneer het geldt een behoefte, een krachtig gevoelden maatschappelijken wensch te bevredigen. Als de vrijwillige vereenogingen niet de geheele aarde overdekken, niet alle takken van materieele en geestelijke werkzaamheid omvatten, dan komt zulks slechts doordat de regeerders overal hindernissen in den weg stellen, doordat de privaat-eigendom een tegenstelling tusschen de menschen heeft geplaatst, doordat tengevolge van de ophooping der rijkdommen in de handen van enkelen het grootste deel der menschen bulten staat Is gebracht iets te doen, dat in overeenstemming Is met de natuurlijke neigingen.

De regeering zorgt bijv. voor de posterijen, het spoorwegverkeer enz. Maar waarin bestaat In werkelijkheid de hulp, die zij aan deze ondernemingen verschaft? Als het volk In de gelegenheid komt van deze diensten nut te trekken, en er behoefte aan gevoelt, dan zal het er aan denken hen in 't leven te roepen; en ook de vakmenschen zullen geen diploma van de regeering noodig hebben om dezen arbeid tot stand te brengen. Hoe algemeener en dringender de behoeften zijn, des te meer vrijwilligers zullen er komen om er In te voorzien. Als het volk aangewezen was om zelf in de productie en de verzorging te voorzien, dan behoeft men er niet benauwd voor te wezen, dat het zich zou laten verhongeren, totdat de regeering door wetten de zaken geregeld had.

Het is bewezen, dat de beste drijfveer tot handelen het persoonlijk belang is. Als het belang van allen het belang van ieder zijn zal - en dat Is onvermijdelijk het geval als er geen privaat-eigendom meer Is - dan zullen allen ook handelen. Als er nu dingen tot stand worden gebracht, die slechts in het belang van enkelen zijn, hoeveel meer en beter zal er dan tot stand komen, als aller belang er mede gemoeid Is. Het Is moeilijk te begrijpen, dat er menschen zijn, welke gelooven, dat de uitvoering en regelmatige gang der openbare diensten, welke voor het maatschappelijk leven onontbeerlijk zijn, beter worden verricht door regeeringsambtenaren dan onmiddellijk door de arbeiders zelf, die, of uit vrijen wil, or door overeenkomst met anderen, dezen arbeid gekozen hebben, en hem ten uitvoer brengen onder toezicht van alle belanghebbenden.

Ongetwijfeld is voor eiken grooten gemeenschappelijken arbeid verdeeling van arbeid, leiding, administratie, toezicht noodig. Maar de gezagsmenschen spelen een valsch spel met de woorden, als zij de noodzakelijkheid eener regeering willen afleiden uit de bestaande noodzakelijkheid van regeling en organisatie van den arbeid.

De regeering, Ik herhaal, Is een verzameling van menschen, die het recht en de middelen hebben genomen of ontvangen, Ol'll wetten te maken en anderen tot gehoorzaamheid te dwingen. De arbeiders werkzaam In een of andere onderneming, de Ingenieur or technieker, Is daarentegen een mensch, die de opdracht krijgt of op zich neemt. een bepaalden arbeid te volbrengen en dezen volbrengt. Regeering beteekent het overdragen van macht, d.w.z, het prijsgeven van elk zelfstandig handelen ten gunste van enkelen. .Administratie", Integendeel, beteekent het overdragen van arbeid, d, w. z. het op zich nemen van een zaak, de vrije daad van dienstbetoon, berustende op vrije overeenkomst. Regeerders zijn bevoorrechten, daar zij het recht hebben anderen te bevelen en zich van de krachten van anderen te bedienen om hun eigen ideeën en persoonlijke wenschen te vervullen. De vakkundige leiders zijn arbeiders als anderen; natuurlijk slechts In zoo'n maatschappij, waar voor allen dezelfde mogelijkheid bestaat zich te ontwikkelen, waar allen geestelijken of lichamelijken arbeid zullen geven of geven kunnen, waar Iedere soort arbeid of dienstbetoon gelijk recht op de maatschappelijke rijkdommen geeft. Men mag de werking van een regeering niet verwarren met die der mannen van kunde en Invloed, omdat de huidige maatschappelijke verhoudingen veroorzaakt hebben, dat de eerste zich van de laatsten heeft meester gemaakt

Zien wij nu ook eens onder de oogen die zaken, welke In 't oog der gezagsmenschen onweersprekelijk onontbeerlijk zijn : de verdediging der maatschappij naar binnen en naar buiten, .oorlog", .politie", .rechtspraak".

Eens, als de regeeringen verdwenen zijn, de maatschappelijke rijkdommen allen ten goede komen, dan zullen alle tegenstrijdigheden tusschen de volken verdwenen zijn en daarmee de noodzakelijkheid van den oorlog. Voorts kunnen wij verzekeren, dat, wanneer In den tegenwoordigen maatschappelijken toestand In een land de revolutie uitbrak, zij In de andere landen toch minstens zooveel weerklank en sympathie zou vinden, dat geen regeerlng meer vertrouwen zou om naar het buitenland troepen te zenden, wijl Immers de kans te groot zou zijn, dal In eigen land de revolutie zou uitbreken. Nemen wij echter een oogenblik aan, dat de regeering van zulke landen, waar het volk zich nog niet bevrijd heeft, probeeren zou om met haar legers een vrijgevochten volk weer tot knechtschap te dwingen. Heeft het laatste dan een regeering noodlg, om zich te verdedigen'? Om oorlog te voeren heeft men menschen noodig, menschen die kennis bezitten en menschen die vechten willen. Een regeering kan noch de kennis der eersten, noch den moed en wil der laatsten vermeerderen. De geschiedenis bewijst ons, dat een volk, dat werkelijk zijn eigen land verdedigen wil, onoverwinnelijk Is. leder, die een weinig met de geschiedenis op de hoogte is, kan dozijnen voorbeelden opnoemen van kleine volken, die met primitieve krachten zich op den duur van den machtigsten vijand wisten te bevrijden.

De politie'? De rechtspraak'? Vele menschen denken, dat als er geen gendarmen, geen politieregels en rechters meer zouden zijn, het ieder vrij zou staan zijn naasten om te brengen, te overweldigen, te kwellen, en dat de anarchisten In naam van hun eigenaardige vrijheidsprinciepen dat alles willen dulden. Men is bijna overtuigd, dat wij, nadat we de regeering en den eigendom hebben vernietigd, het rustig zouden toelaten, dat deze instellingen zich weer gingen vestigen .... in naam der vrijheid! Zonderlinge manier van onze idealen te begrijpen! - Men gaat zulke zotternij het liefst schouderophalend voorbij.

De vrijheid, die wij voor ons en anderen verwezenlijken willen, is geen abstracte, bovennatuurlijke .absolute" vrijheid, welke in het leven tot onderdrukking der zwakken zou terugvoeren; onze vrijheid is de werkelijke, de mogelijke vrijheid, welke bestaat in de bewuste gemeenzaamheid der belangen, In de vrijwillige solidariteit. Wij verkondigen de grondstelling: .doe wat ge wilt!" en daarin vatten wij om zoo te zeggen ons geheele program te zarnen, want - zooals licht begrijpelijk is - wij zijn ervan overtuigd, dat in een harmonische maatschappij, waar geen eigendom en gezag zijn, .een ieder zal willen wat hij moet".

Wanneer echter, door erfelijke belasting, door ziekelijke afwijkingen of door welke oorzaak dan ook, Iemand ons of anderen leed wil berokkenen, dan zullen wij ons verdedigen en alle middelen aanwenden, die daartoe noodzakelijk zijn. Daar wij weten, dat de mensch het resultaat is van zijn eigen aard en zijn natuurlijke en maatschappelijke omgeving, zullen wij niet het recht van verweer toepassen op dezelfde onzinnige en eigenwijze manier, waarop thans gestraft wordt. Wij zullen In den • misdadiger". dat wil zeggen in den mensch die tegen het belang oorzaken, dat de menschen elkander niet meer om 't leven brengen'? Op 't platteland kan men uren in den omtrek geen politieman vinden; duizenden leven, zonder door het waakzame oog der wet te worden bespied, zoodat zij zonder gevaar voor straf een misdrijf zouden kunnen plegen, en toch doen zij 't niet. Ja zelfs bewijzen de statistieken, dat het aantal misdaden volstrekt geen gelijken tred houdt met het aantal en de kracht der onderdrukkingsmaatregelen. Wel zien wij echter, dat zij worden gewijzigd naar den toestand waarin het volk leeft en naar de gedachten die het bezielt.

De strafwetten hebben overigens alleen betrekking op buitengewone, zeldzaam voorkomende gevallen. Het dagelijksch leven vliedt heen zonder de bemoeiing der wetsparagrafen en wordt bijna onbewust, door de stilzwijgende, vrijwillige overeenkomst, door een massa gewoonten en gebruiken geregeld, welke duizendmaal belangrijker voor het maatschappelijk leven zijn, dan de wettelijke voorschriften; en die duizendmaal beter nageleefd worden, hoewel hun elke sanctie ontbreekt, behalve deze natuurlijke: de verachting, die eiken bedrijver eener onsociale daad treft en de gevolgen, die zulk een verachting na zich sleept.

Wanneer er oneenigheid onder de menschen ontstaat, zullen dan vrijgekozen scheidsrechters niet meer den dank der openbare meening Inoogsten, dan thans het geval is, nu een bende Individuen er een broodwinning van maakt om recht te spreken, ook In kwesties waarvan zij geen benul hebben?

Evenals de regeerlng gewoonlijk slechts dient om de bevoorrechte klasse te verdedigen, zoo dienen de rechters en politie slechts om zulke misdadigers te treffen, die geen misdadigers zijn In de oogen van het volk, doch alleen de voorrechten der bezitters hebben aangetast. Voor de verdediging van de waarachtige belangen der gemeenschap, voor de verdediging der vrijheid en de welvaart, Is niets schadelijker, dan het versterken der klasse, die onder het voorwendsel, dat zij alle menschen verdedigt, alleen zich zelf en hare klassebelangen verdedigt der maatschappij handelt, niet een zich verheffenden slaaf zien, zooals de rechtbank dit thans doet, maar een zieken broeder, die verpleging behoeft; en wij zullen hem niet met haat trachten te onderdrukken, wij zullen de grenzen van het noodzakelijke verweer niet overschrijden, wij zullen er niet aan denken ons te wreken, maar daaraan, om een ongelukkige met alle middelen, die de wetenschap ons verschaft, te genezen, hem weer te herwinnen voor de maatschappij.

Hoe de anarchisten zulks ook tot stand brengen, in elk geval zal het volk zich niet laten welgevallen, dat men ongemoeid zijn vrijheid en welzijn aantast, en als het noodig is, zullen er maatregelen genomen worden om zich tegen anti-sociale daden te verdedigen. Maar zijn daar lieden voor noodig wier taak het Is, wetten te maken, ~r dezulken, die er voor zorgen en daarvan leven, dat er wettenovertreders zijn'? Als hel volk werkelijk iets onhebbelijk of schadelijk vindt, dan zal het beter zelf die dingen kunnen verhinderen dan de wettenmakers van beroep, de gendarmen en rechters.

De gebruiken zijn altijd een uitvloeisel van de algemeene behoeften en gevoelens, zij zullen worden geacht en nageleefd, naarmate zij minder onderworpen zijn aan de wetten; want ieder 2iet en begrijpt de natuurlijkheid er van, en de belanghebbenden gevoelen, dat zij zelf moeten zorgen voor de naleving en niet moeten vertrouwen op de bescherming eener regeering. Voor een karavaan. die door de woestijn trekt, is zuinigheid met het drinkwater een levensvraag en onder deze omstandigheden wordt het water een heiligdom - niemand denkt er aan er roekeloos mee om te springen. Samenzweerders hebben geheimen; die geheimen worden bewaard en wie ze verraadt, treft de verachting der overigen. De schulden, die bij 't spel worden gemaakt, zijn In geen enkel land wettelijk erkend; toch worden zij meestal voldaan, enkel uit vrees voor eerloos te worden aangezien of zich zelf daarvoor te houden.

Nu goed, zegt men, de anarchie zal de volmaaktste vorm van maatschappelijk leven zijn. Maar wij willen geen sprong In 't duister doen. Verklaar ons eens "uitvoerig" hoe uw toekomstmaatschappij er uit zal zien.

Dan komt een geheele lijst van vragen, die zeer interessant zijn, als men het vraagstuk der vrije maatschappij bestudeeren wil, maar die belachelijk, gek en in elk geval overbodig worden, wanneer men een voldongen oplossing van ons er van verlangt.

Hoe zal men de kinderen opvoeden? Hoe zal men de productie en verdeel!ng regelen? Zullen er nog groote steden zijn, of zal de bevolking zich gelijkmatig over de geheele aarde verspreiden? Wat zal men doen, als al de bewoners van IJsland en Siberië een winter In het Zuiden van Italië willen doorbrengen? Als een leder patrijzen wil eten en wijn drinken? Wie zal den arbeid der zeelieden of mijnwerkers verrichten? Wie zal de grachten en kanalen uitbaggeren 7 Zal men de zieken thuis of in gestichten verplegen? Wie zal den dienst der spoorwegen vaststellen? Wat zal men doen, als de machinist van een locomotief midden op de reis pijn In z'n bulk krijgt?. . . . En zoo gaat 't verder, alsof men gelooft, dat wij In 't bezit zijn van de wetenschap en de ervaring der toekomst, en dal wij, in naam der anarchie, aan de toekomstige menscheid kunnen voorschrijven, hoe laat men naar bed moel gaan, en op welken tijd men zijn likdoorns moet afsnijden !

Als onze lezers werkelijk een antwoord wlllen op deze, tenminste op de voornaamste dezer vragen, dan zou dit bewijzen, dat het ons nog niet gelukt is aan te toonen, wat eigenlijk anarchie zeggen wil.

Wij zijn geen profeten. Als wij ons zouden aanmatigen een officieele oplossing van alle kwesties aan te bieden, welke zich in het maatschappelijk leven der toekomst kunnen voordoen, dan was zulks wel een zonderlinge manier van regeeringen af te schaffen! Dan zouden wij ons zelf als • regeering" aanstellen, en naar het voorbeeld der godsdienstige wetgevers, voor het heden en de toekomst algemeen geldende voorschriften decreteeren ! Gelukkigerwijze staan ons geen gevangenis en brandstapel ten dienste, om onzen Bijbel der Menschbeid den menschen op te dringen en kunnen zij ons dus rustig uitlachen.

Wij denken veel over de maatschappelijke vraagstukken na, deels uit wetenschappelijk belang, deels omdat wij de anarchie willen verwezenlijken, willen werken aan den opbouw der nieuwe samenleving. Maar dat wij heden, met ons tegenwoordig weten en kunnen, zus of zoo over een zaak denken, bewijst nog niet, dat zij In de toekomst juist zoo zal worden toegepast. Wie kan de handelingen der menschen vooruit vaststellen, als zij zich eens van ellende en onderdrukking zullen hebben bevrijd? Als alle menschen gelijke rechten zullen hebben en alle gelegenheid om zich te ontwikkelen; als er noch slaven, noch meesters zullen zijn en dus de vreeselijke strijd van menschen tegen menschen zal ophouden te bestaan, omdat hij geen levensnoodwendigheid Is'? Wie kan vooruit zeggen, hoever de wetenschap zal vorderen, de productie- en verkeersmiddelen zullen veranderen?

Het wezenlijke van de zaak Is dit: er moet een maatschappij komen, waarin de uitbuiting van den mensch door den mensch niet meer mogelijk Is; waar alles wat noodig Is voor het leven, de ontwikkeling en de arbeid, voor ieder toegankelijk Is, waar allen naar hun vermogen en wil zullen medewerken aan de organisatie van het maatschappelijk leven. In zulk een maatschappij zal natuurlijk alles zóó ingericht worden, dat de behoeften van allen - naarmate van de ervaringen en de verhoudingen - zullen kunnen worden bevredigd. En steeds zal alles zich meer en meer Jn de goede richting ontwikkelen, naarmate de vooruitgang der wetenschap ons de middelen hiertoe verschaft.

Goed beschouwd kan een program dat de grondslagen der maatschappij uiteenzet, niets anders doen, dan een bepaalde methode aanduiden. En het is juist die methode, welke het onderscheid uitmaakt tusschen de verschillende partijen en haar beteekenis voor de geschiedenis bepaalt. Afgezien van de methode, beweren alle partijen dat zij het geluk der menschheid nastreven - en vele willen dat waarlijk en oprecht; maar ieder meent ' langs een anderen weg te bereiken, en streeft In een bepaalde ricbttng. Daarom moeten wij ook het anarchisme - de regeeringloosheid - als een methode beschouwen.

Men kan al de niet-anarchistische partijen in twee groepen verdeelen : de autoritair- of staatssocialistische en de zoogenaamd .liberale". De eerste belast eenlge menschen met de regeling van het maatschappelijk leven, en leidt zoo tot de uitbuiting en onderdrukking der massa door enkelen. De tweede werpt zich op het vrije initiatief der enkeling en verkondigt, zoo niet de afschaffing, dan toch de beperking van de regeerlngsmacht tot hel mogelijke. Daar zij echter de privaat-eigendom hooghoudt onder de leuze • ieder voor zich", en dus Is gegrondvest op de concurrentiestrijd tusschen de menschen, Is die • vrijheid" slechts de vrijheid der sterken; der bezittenden, om de zwakken, zij die niets bezitten, uit te buiten en te onderdrukken. Zij vestigt dus In geen geval de harmonie tusschen de menschen; integendeel, zij maakt de klove tusschen rijken en armen grooter, - zij voert ook tot uitbuiting en heerschappij, dus tot autoriteit.

ln theorie Is hel zoogenaamde liberalisme een soort anarchisme zonder socialisme; en daarom Is het een leugen. Want de vrijheid Is zonder gelijkheid niel mogelijk, de waarachtige anarchie kan zonder de solidariteit, zonder het socialisme niet bestaan, evenmin als het socialisme zijn solidariteitsbeginselen kan doorvoeren zonder de anarchie. De bezwaren, die de polltieke liberalen tegen den Staat hebben, bestaan slechts daarin, dat zij hem een paar stukken van zijn macht willen ontnemen, die lastig zijn voor de practijken van het kapitalisme. Maar het ware wezen van den Staat, zijn monopolie van te straffen en te onderdrukken, kan hel liberalisme niet aantasten, want zonder politie en leger kunnen de bezitters niet veilig bestaan. En de onderdrukkingsmacht der regeering zal sterker worden, naarmate de "vrije" concurrentie, de bittere strijd van allen tegen allen, de ongelijkheid onder de menschen grooter is.

De anarchisten brengen een nieuwe oplossing voor het groote sociale vraagstuk; zij willen het vrije initiatief, de vrijheid van handelen naar eigen verstandelijke opvatting en vrije samenwerking voor gemeenschappelijke aangelegenheden. Nadat de revolutie den privaat-eigendom heeft afgeschaft, zullen alle menschen onder gelijke sociale verhoudingen In de gelegenheid z11n gebracht de maatschappelijke rijkdommen ten nutte te maken. Een dergelijke oplossing maakt de wederlnstelling van den privaateigendom onmogelijk en zal het menschdom langs den weg der vrije samenwerking tot den volmaakten triomf der solidariteit voeren.

Als men de dingen zoo beziet, dan bemerkt men, dat alle bezwaren, die men tegen het anarchisme opwerpt, op argumenten vöör het anarchisme uitdraaien. Want slechts langs den weg van het anarchisme, nl. langs den weg van de dwanglooze ervaring, de beproefde toepassing der wetenschap, de behoeften, het gemeenschapsgevoel laat zich het vraagstuk oplossen.

Nemen wij bijvoorbeeld de opvoedingsvraag. Wij hebben daaromtrent geen vastgesteld onveranderlijk plan, ofschoon menige poging in Frankrijk enz. duidelijk heeft gemaakt, dat de natuurlijke opvoeding de beste is. Maar wij behoeven ook geen vastgesteld plan: de ouders, de onderwijzers, en allen die zich voor de opvoeding van het kind interesseeren, zullen bij elkander komen, beraadslagen en zich vereenigen of, naar gelang van het meeningsverschil, zich verdeelen en iedere groep zal het plan, dat zij voor het beste houdt, in toepassing brengen. En In de practijk van het leven zal dan ten slotte het systeem, dat werkelijk het beste blijkt te zijn voor het maatschappelijk leven, algemeen worden toegepast. Hetzelfde geldt voor alle problemen, die zich in het leven kunnen voordoen.

Daaruit volgt, dat de anarchie, zooals de anarchisten haar zelf opvatten, en dus zooals zij naar waarheid ().,gevat moet worden, economisch op het socialisme berust. En als er geen zich "socialistisch" noemende partijen waren, die de eenheid van het socialistisch princiepe uit elkander gescheurd hadden, om slechts een deel er van te exploiteeren, als er geen woordverdraaiingen waren, waarmee men het werkelijke doel der sociale revolutie kon wegdoezelen, dan konden wij beweren, dat socialisme en anarchisme hetzelfde waren, daar toch de bedoeling van beide is: opheffing der heerschappij en der uitbuiting van menschen door menschen, afschaffing der slavernij, onverschillig of zij wordt bestendigd door het ruw geweld of door het monopolie.

De anarchie zoowel als het Individualisme, beide hebben als grondslag, als uitgangspunt, als noodzakelijke voorwaarde de gelijkheid der verhoudingen. als leidster de solidarileit en als methode de vrijheid. De anarchie, of dus beter: het anarchistisch socialisme, Is geen absoluut, voor eeuwig geldend ideaal, maar een ideaal dat, naar de mate onzer maatschappelijke ontwikkeling, steeds den horizont van ons verlangen en wenschen verplaatst. De anarchie, de vrijheid is de onvermijdelijke weg, dien wij moeten betreden om de volmaking te kunnen verwezenlijken.

Wij hebben dus vastgesteld, dat de anarchie de vorm van maatschappelijk leven is, die den weg tot de grootst mogelijke welvaart voor alle menschen open stelt, daar zij alle klassen vernietigt, die er belang bij hebben om de groote massa der menschen in ellende en onderdrukking te houden. Wij hebben vastgesteld, dat de anarchie mogelijk is, want naar waarheid bevrijdt zij de menschheid van een hindernis, de regeering, die de menschen altijd belemmerd heeft op den weg naar het geluk. En nadat dit alles door ons Is vastgesteld, zien wij de gezaghebbers zich in hun laatste vesting terugtrekken, waar zij versterkt worden door een aantal menschen, die, hoewel zij voorgeven aanhangers der vrijheid en rechtvaardigheid te zijn, toch vrees voor de vrijheid hebben en maar niet aannemen kunnen, dat de menschheid zonder voogdijschap en heerschers kan bestaan en vooruitgaan. In 't nauw gedreven door de waarheid, verlangen deze lieden, dat men de zaak tot later uitstelt. Het volgende Is de hoofdinhoud van hun argumenten:

"De maatschappij zonder regeering, welke berust op de vrijwillige samenwerking, de maatschappij. die alles overlaat aan het zelfstandig handelen der belanghebbenden en geheel en al Is gebaseerd op de liefde en solidariteit - die maatschappij Is zeer zeker een schoon ideaal; maar evenals leder ideaal, zweeft zij in de wolken. Wij leven te midden eener menschheid, die altijd verdeeld was In onderdrukkers en onderdrukten. De eersten zijn een en al heerschzucht en hebben alle ondeugden der tirannen; de laatsten zijn aan de knechtschap gewoon en zij hebben de nog ergere ondeugd die uil de slavernij voortvloeit. Het Is er nog verre van, dat de solidariteit het heerschende gevoel onder de menschen is, en al Is 't waar, dat der menschenlot in zijn wezen solidair is en meer zoo zal worden, het Is ook waar, dat wal wij in het leven het meest zien en de diepste sporen achterlaat, de strijd om het beslaan is, die voortdurend door den een tegen den ander wordt gevoerd. Hoe kunnen de menschen, opgevoed in zoo'n maatschappij, zich op eens veranderen en geschikt worden voor een maatschappij, waarin de mensch zonder dwang, door de aandrift van eigen natuur, het welzijn van zijn evenmensch zoekt? Hoe kan het lot der menschheid worden toevertrouwd aan de groote massa, die krachteloos is gemaakt door de ellende en bloedloos door de priesterheerschappij'? Zou 't niet beter zijn, om langs den weg eener democratische en socialistische republiek te trachten het anarchistisch ideaal Ie bereiken? Zal een regeerlng, samengesteld uit de verstandigsten en edelsten, niet noodig zijn om de menschheid voor te bereiden voor de idealen der toekomst 7"

Wij stooten altijd op het vooroordeel, dal de regeerinq een afzonderlijke kracht is, die van de eene of andere onbekende plaats komt en uit zich zelf de menschen, die haar samenstellen, krachtiger en flinker maakt. Dat is echter niet waar. Integendeel, alles wat In de maatschappij gebeurt, wordt door de menschen zelf tot stand gebracht en de regeering als zoodanig voegt aan deze kracht niets toe, dan het streven, om alles In 't voordeel van een of andere partij of politiek te monopoliseren en elk initiatief, dat bulten haar kring opkomt, den kop In te drukken.

Als wij zeggen, dat wij het gezag willen vernietigen, dan bedoelen wij daarmede natuurlijk niet de vernietiging der lndlvidueele en collectieve krachten, die In de menschheid werkzaam zijn en ook niet de vernietiging der geestelijke Invloeden. die de menschen wederkeerig op elkander uitoefenen. Immers dal zou beteekenen de verbrokkeling der menschheid In een massa losse, onwerkzame atomen, wal onmogelijk is, en als 't mogelijk was, de vernietiging der maatschappij, den dood der menschheid in zich zou schuilen.

Het gezag vernietigen wil zooveel zeggen als de vernietiging vnn het geweldsmonopolie, de vernietiging van den toestand, wna, In de maatschappelijke krachten, dus de krachten der menschen, de gedachten, de wil worden gericht in het belang van een klein aantal menschen, dat daarmee bet groote aantal onderdrukt.

Het gezag vernietigen beteekent zooveel als de vernietiging van elke soort van organisatie, door welke de toekomst, van de eene revolutie tot de andere, in beslag genomen wordt door de overwinnaars van het historisch moment, om alles naar eigen profijt in te richten.

' Het Is zeker, dat In de tegenwoordige maatschappij, waar

De groote meerderheid der menschen door ellende onderdrukt en door bijgeloof verlamd Is, bet lot der menschheid afhangt van een naar verhouding klein aantal menschen. Het is bepaald onmogelijk, dat van het eene moment naar het andere alle menschen zich terzelfder tijd op die sport van ontwikkeling zullen verheffen, waar zij hel als een geluk en een plicht beschouwen, om voor het welzijn van allen te werken.

Wanneer evenwel de denkende en regelende krachten der menschheid thans nog schaarsch zijn, is zulks toch geen reden, dat wij zelfs van haar nog een deel verlammen, van dat beperkt aantal nog weer het grootste deel werkeloos maken door het aan hel kleinste te onderwerpen. Er is geen reden om de maatschappij zoo in te richten, dat ten gevolge der bevoorrechte plaatsen het nietsnutten wordt bevorderd, ten gevolge der erfelijkheid en het sectarisme de goede groote krachten buiten de regeering worden gehouden en daardoor bulten de maatschappij worden gcstooten. En degenen, die aan de regeering komen, worden uit hun werkkring weggerukt en hebben nu slechts belang er bij de macht te behouden, en zij houden niet alleen op zelf redelijk te denken en te handelen, maar zij verhinderen ook anderen dit te doen.

Als wij dat ons In den weg staande geweld, de staatsheerschappij afschaffen, dan zal de maatschappij zijn dat, wal zij naar de mate harer krachten zijn kan.

Als er menschen zijn, die wetenschap bezitten en deze willen verbreiden, dan zullen zij scholen stichten en moeite doen, anderen menschen de noodzakelijkheid en vreugde van het leeren te bewijzen ; en zijn er zulke menschen niet, dan zal de regeering ze waarachtig niet scheppen. Zij kan slechts die menschen voor zich in aanspraak nemen, hen aan den nuttigen arbeid onttrekken. hen gebruiken tot het uitwerken van allerlei voorschriften, die men met politiegeweld tot kracht moet maken - in een woord, de regeering zal hen, die vroeger Intelligente en begeesterde leermeesters waren, vervormen tot politiekers, wier eenig streven is het berijden van eigen stokpaardjes, om zich In eigen stelling te kunnen handhaven.

Als er doktoren en hyglêniekers zijn, dan zullen dezen

zorgen voor de volksgezondheid. En zijn zij er niet - de regeering zal ze niet scheppen. Zij kan slechts bewerken - dank zij het algemeene wantrouwen, dat het volk bezielt tegen alles wat het opgedrongen wordt - dat dit wantrouwen ontaardt In een vervolging van de .giftmengers" In dagen van epidemie.

Als er ingenieurs en machinisten zijn, dan zullen dezen zorgen voor de middelen van vervoer en verkeer, enz. En zijn zij er niet, de regeering kan ze alweer niet uit den grond stampen.

De revolutie kan, dewijl zij hel staatsgeweld en het monopolie afschaft, geen nieuwe krachten scheppen die niet reeds bestaan; maar zij zal het veld ruim maken voor de ontwikkeling van alle krachten, alle bekwaamheden, die aanwezig "1jn; zij zal alle krachten opheft”

en, die er belang bij hebben de massa in onwetendheid en ellende te :houden en zij zal het mogelijk maken, dat leder naar zijn bekwaamheid, neiging en verlangen kan handelen en anderen beïnvloeden. En dat Is de eeniqe weg, waarlangs de massa de hoogste sport van ontwikkeling kan bereiken; want eerst dan, als leder vrij Is, kan elk leeren de vrijheid te gebruiken, zooals men slechts door den arbeid arbeiden leeren kan.

Elke regeering, ook al heelt zij geen enkel ander nadeel heelt altijd dit nadeel, dat zij de beheerschten aan de onderwerp doet gewennen, en zich zelf meer en meer onontbeerlijk tracht le maken. Aan den anderen kant, als men een regeering hebben wil, die het volk In de vrijheid zal opvoeden en voeren tol de anarchie, dan moet men weten, hoe en uit wat voor menschen zij zal worden gevormd.

Zal het de dictatuur der "besten" zijn'? Maar wie zijn de besten? De groote meerderheid der menschen is gewoonlijk onderworpen aan oude vooroordeelen, ideeën en instincten, die reeds lang overwonnen zijn door de Intelligente minderheid. En nb wij nu kiezen uit de duizend minderheden, waarvan elk gelooft het aan 't goede eind te hebben - waarvan ieder in zeker opzicht ook aan het goede einde hebben kan? Wat of wie zal beslissen, welke partij men het recht zal geven om over de maatschappelijke krachten te beschikken, waar toch alleen de ervaring der toekomst ons kan bewijzen, welke der elkander strijdende partijen recht heelt'?

Zal de nieuwe regeering door 't algemeen kiesrecht worden verkozen '? En zal zij eerlijk den wil der meerderheid tot uitdrukking brengen'? Maar als men deze brave kiezers niet in staat zijn om voor hun belang zelf te zorgen, hoe kunnen zij dan ooit de goede herders van de kwade onderscheiden'? Hoe zal men dien goocheltoer volbrengen, o:n met de stemmen van een massa domkoppen een genie tot hun vertegenwoordiger te kiezen? Maar wat zal men met de minderheid beginnen, de minderheid, die toch de knapste en edelste mannen onder haar kan tellen?

Ten einde de sociale kwestie In het welzijn van allen op lë lossen, Is slechts een middel doeltreffend: bevrijding der menschheid van iedere staatsautoriteit en het terugbrengen der maatschappelijke rijkdommen uit de handen van de enkele rijken In die van het gezamenlijke volk - de werkers.

Al wat noodig is om het leven toegankelijk te maken voor ieder, de mogelijkheid te scheppen, dat alle krachten, alle bekwaamheden, alle goede wil onder de menschen kunnen bijdragen tot de bevrediging van alle behoeften - dat is de taak. van den socialen strijd.

Wij vechten voor de anarchie en voor het socialisme, daar wij overtuigd zijn, dat anarchie en socialisme die sociale en economische toestand Is, welke In het tijdperk van sociale vernieuwing dadelijk In 't werk moet worden gesteld, opdat men de maatschappelijke vermogens - die In dit geval het geheele maatschappelijke leven omvatten - kan toevertrouwen aan alle zelfstandige, onbeheerschte krachten, die naar eigen belang en eigen wil hunne gaven en vermogens kunnen ontplooien.

Wat ook het heden en de toekomst den anarchisten zal brengen, hun arbeid zal niet te vergeefsch zijn geweest. Hoe stoutmoediger wij zijn bij bet werken voor de verwezenlijking van ons Ideaal, des te zekerder zullen Staat en privaat-eigendom in de geschiedenis der menschheid worden overwonnen.

En zoo wij heden vallen, zonder onze banier te strijken, dan zullen wij morgen zeker zijn van de zegepraal.